Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on linkedin
LinkedIn

Kabinet van de President

‘Suriname moet meer verantwoordelijkheid nemen in de regio’

Suriname is vastbesloten om een actieve bijdrage te leveren aan de regionale integratie en het nemen van meer verantwoordelijkheid in de regio. Dit heeft president Chandrikapersad Santokhi aangeven in gesprek met de overheidscommunicatiedienst op donderdag 9 mei 2024. Zo gaat Suriname voor de hoogste functie bij de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). “Voor de functie van secretaris-generaal hebben we al behoorlijk voorbereiding gedaan en lobbywerk verricht. Het nemen van verantwoordelijkheid past binnen ons buitenlands beleid”, merkt de president op.

President Santokhi spreekt vol lof over de organisatie van de conferentie van de Associatie van Caribische Staten in Suriname. Hij geeft aan dat dit evenement een uitstekende gelegenheid biedt om bilaterale gesprekken te voeren met leiders, regeringsfunctionarissen en vertegenwoordigers van internationale organisaties. “Velen van hen waren voor het eerst in Suriname en waren onder de indruk van de business exhibition die tijdens de conferentie plaatsvond. Dit bood hen een dieper inzicht in de vele investeringsmogelijkheden die Suriname te bieden heeft, variërend van duurzaam bosbeheer en natuurlijke hulpbronnen tot de bloeiende olie- en gassector en diverse gemeenschapsprojecten.

“Onze bilaterale gesprekken waren gericht op het verkennen van de talrijke investeringskansen in Suriname”, laat president Santokhi weten. “Tijdens de ACS-conferentie heb ik hen aangemoedigd om de mogelijkheden in ons land verder te onderzoeken. En ik kan u nu al zeggen dat velen hebben aangegeven dat ze zullen terugkomen.” De president onderstreept dat we als land onvoldoende beseffen hoe we sterk we zijn. “Afgelopen jaren hebben we als land onvoldoende geïnvesteerd in de lokale productie. Er is talent en we hebben resourced- based capacity om industrieën hier op te zetten. Nu pas komt het op gang. Tegelijkertijd hebben we onvoldoende promotie gehad van ons land en onze producten”, nuanceert het staatshoofd.