
Suriname zet in op een strategisch partnerschap met bevriende naties. Zo heeft minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS) op donderdag 20 augustus 2026 benadrukt bij de overhandiging van de geloofsbrieven door een zevental ambassadeurs aan president Jennifer Simons. Op het presidentieel paleis gaf de bewindsman aan dat Suriname zich in de internationale betrekkingen wil presenteren als een land met potentie en als een strategische en betrouwbare partner, die afspraken met internationale partners daadwerkelijk wil uitvoeren.
Aan de president hebben zes niet-residerende ambassadeurs hun geloofsbrieven overhandigd, te weten: Patrick John Hilado (Republiek der Filipijnen), Sitali Dennis Alibuzwi (Republiek Zambia), Colonne Appuhamillage Chaminda Inoka Colonne (Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka), Sharif Essa Mohammed Al Dabbas Al Suwaidi (Verenigde Arabische Emiraten) – allen met standplaats Brasilia, Ali Chegeni (Islamitische Republiek Iran, standplaats Caracas) en Joseph Guy Fisher (Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, standplaats Georgetown).
Daarnaast overhandigde ook ambassadeur Martine Jacoba Busstra van het Koninkrijk der Nederlanden haar geloofsbrieven. Minister Bouva zegt dat de diplomatieke contacten een duidelijke versterking betekenen van de betrekkingen tussen Suriname en de betrokken landen. Volgens de bewindsman betekent dit in feite “een lift op een duidelijke inzet om de bilaterale diplomatieke betrekkingen op het hoogste niveau verder te zetten.”
De bewindsman stelt dat de olie- en gassector veel aandacht krijgt van potentiële internationale partners, maar dat Suriname tegelijkertijd inzet op diversificatie van de economie. “Wij zetten natuurlijk het belang van de diversificatie op tafel, waarbij we zeker in één adem meenemen de ontwikkeling van de andere sectoren.” De minister noemt onder meer landbouw en toerisme als sectoren met potentie. Daarnaast kijkt Suriname naar IT, hernieuwbare energie, de klimaatagenda en infrastructuur.
Ook de infrastructuur vormt volgens minister Bouva een belangrijk aandachtspunt. “Als het gaat om wegen, bruggen, de airport en seaport infrastructuur, wat er nodig is om verder in ontwikkeling te brengen, dan hebben we onze agenda op tafel.” Naast de economische agenda blijft ook de sociale ontwikkeling belangrijk. Daarbij noemt de minister vooral investeringen in de gezondheidszorg en samenwerking op het gebied van onderwijs.
