Suriname heeft in Genève, Zwitserland, deelgenomen aan de vierde cyclus van het Universeel Periodiek Onderzoek (Universal Periodic Review – UPR) van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Minister Harish S. Monorath van Justitie en Veiligheid leidde de Surinaamse delegatie en presenteerde op 2 november 2026 het vierde nationale rapport over de mensenrechtenontwikkelingen in de periode 2021-2026.
De inspanningen van Suriname om culturele diversiteit te erkennen en te bevorderen, onder meer door de viering van Heritage Month, werden tijdens de beoordeling positief gewaardeerd. In gesprek met de Communicatie Dienst Suriname deelt minister Monorath dat Suriname het eerste van veertien landen was dat tijdens deze beoordelingsronde aan bod kwam. Volgens de bewindsman hebben 68 landen aanbevelingen gedaan aan Suriname, zonder formele vragen te stellen.
“Wij hebben de spits afgebeten en ons nationaal rapport verdedigd op basis van onderzoek en voorbereidend werk. Daarbij is samengewerkt met verschillende ministeries, het Bureau Mensenrechten en maatschappelijke organisaties om te komen tot een eerlijke en onderbouwde rapportage”, aldus de minister.
Tijdens de beoordeling stonden onder meer de grondrechten van inheemse en tribale gemeenschappen centraal. Ook de uitvoering van rechterlijke uitspraken, waaronder het Kali’na en Lokono vonnis, en de toegang tot schoon drinkwater, onderwijs en gelijke ontwikkelingskansen voor kinderen in het binnenland kwamen aan bod.
Daarnaast werden aanbevelingen gedaan over de oprichting van een onafhankelijk nationaal mensenrechteninstituut, de formele afschaffing van de doodstraf in internationale rechtskaders, de aanpak van geweld en seksuele intimidatie op de werkvloer en de bescherming van gelijke rechten voor LGBTQ+-personen.
Minister Monorath benadrukt dat Suriname belangrijke stappen zet richting verdere versterking van de mensenrechtenbescherming. De voorbereidingen voor een wettelijk verankerd, onafhankelijk mensenrechteninstituut bevinden zich volgens hem in een vergevorderd stadium. “De volgende stap is dat we niet alleen wetten aannemen, maar ook zorgen voor effectieve handhaving. Iedereen moet toegang hebben tot onderwijs, gezondheidszorg en gelijke kansen”, stelt de bewindsman.