
De in maart dit jaar nieuw geïnstalleerde Sociaal-Economische Raad (SER) heeft op woensdag 29 april 2026 op het Kabinet van de President een eerste kennismaking gehad met de minister van Financiën en Planning, Adelien Wijnerman. Tijdens deze ontmoeting kwam de adviesrol van het orgaan bij maatschappelijke en economische vraagstukken aan de orde. De raad, waarvan de nieuwe leden op 26 maart 2026 door president Jennifer Simons zijn geïnstalleerd, werkt onder leiding van voorzitter Reggy Nelson aan de verdere inrichting van het orgaan.
In de SER zijn de regering, het bedrijfsleven en de vakbeweging vertegenwoordigd. Minister Wijnerman gaf aan dat de raad de regering gevraagd en ongevraagd moet adviseren over de diverse ontwikkelingen die momenteel spelen. “Het is een raad die bestaat uit vertegenwoordigers van de overheid, het bedrijfsleven en de vakbeweging. En die eigenlijk bijeenkomt en maatschappelijke economische vraagstukken bespreekt, en de regering, gevraagd en ongevraagd van advies kan dienen over ontwikkelingen”, aldus minister Wijnerman.
De bewindsvrouw merkte op dat het belangrijk is dat de voornaamste actoren uit de samenleving met elkaar in dialoog gaan. De focus ligt hierbij op het beheersbaar maken van nationale en internationale ontwikkelingen en het opvangen van de impact die deze hebben op het land. De SER vervult op grond van de Wet SER van 3 maart 2004 een belangrijke rol in het sociaal-economische beleid.
SER-voorzitter Nelson gaf aan dat de raad na een onderbreking van vier jaar weer vanaf de basis wordt opgebouwd. De vorige raad was namelijk sinds september 2022 niet operationeel omdat (her)benoeming van de leden uitbleef. Ondanks dat er nog gewerkt wordt aan administratieve zaken, zoals de begroting en huisvesting, kiest de SER ervoor om direct aan de slag te gaan vanwege de vele uitdagingen in de gemeenschap.
Het doel is om op korte termijn gerichte adviezen uit te brengen aan de regering. “Op dit moment staat het land vol uitdagingen. We hebben aan de ene kant de regering die op zoek is naar meer financiële armslag. Aan de andere kant heb je de vakbeweging die uitkijkt naar een betere beloning voor de factor arbeid.” Volgens de voorzitter hebben internationale ontwikkelingen ook in Suriname hun weerslag. “En daar moeten we rekening mee houden”, zegt hij.
De SER zal de komende periode in samenspraak met de regering werken aan een plan om de adviezen aan een termijn te koppelen. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de diversificatie van de economie en de aanpak van maatschappelijke sectoren zoals onderwijs en gezondheidszorg.

