Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Kabinet van de President

Ruim 1300 jongeren melden zich voor vakantiewerkgelegenheidsproject

Ruim 1300 jongeren hebben zich geregistreerd voor het vakantiewerkgelegenheidsproject 2026, georganiseerd door het ministerie van Jeugdontwikkeling en Sport (JOS). Daarmee werd het beoogde aantal – 750 schoolgaande jongeren tussen de 16 en 25 jaar gedurende de grote vakantie tijdelijk werkervaring bieden – ruim overschreden. De districten Paramaribo, Wanica en Para hebben het hoogste aantal aanmeldingen. De overheid trok voor dit project, dat deel uitmaakt van het bredere GRO-vakantieprogramma (Groei, Richting, Ontwikkeling), SRD 4 miljoen uit.

Registratie begon op 3 augustus en duurde tot en met 7 augustus. JOS-minister Lalinie Gopal zegt desgevraagd tegenover de Communicatie Dienst Suriname (CDS) dat er naast de vernoemde aanmeldingen ook 50 kinderen met een speciale behoefte tijdens dit project geholpen zullen worden. “We willen niemand erbuiten laten”, benadrukt de bewindsvrouw. Ondanks er zich meer jongeren hebben aangemeld dan verwacht, stelt minister Gopal dat het nu aan de overheid ligt hoe zij de groep tegemoet kan komen.

Volgens de bewindsvrouw hebben de jeugdigen de moeite genomen zich te registreren, wat een indicatie is dat zij naar een platform verlangen waar ze begeleiding kunnen krijgen. “Geld staat voor ons niet op de eerste plaats. Het gaat bij ons erom dat wij moeten investeren in die jongeren”, benadrukt de bewindsvrouw. Volgens haar is intussen door de JOS-onderdirecteur Administratieve Diensten bevestigd dat er nog ruimte binnen de begroting bestaat om de extra geregistreerden te kunnen accommoderen. Echter, de minister stelt dat er ook naar het bedrijfsleven zal worden geschreven.

Volgens minister Gopal hebben jongeren veel talent, maar zij moeten de mogelijkheid krijgen om te zijn waar ze zich veilig voelen en waar ze hun talenten kunnen ontwikkelen. Haar departement is belast met dit specifieke doel en zal daarin blijven investeren. Verder pleit de minister voor een gedeelde verantwoordelijkheid. “Want het is niet een verantwoordelijkheid alleen van de overheid. Het is een verantwoordelijkheid van die hele samenleving. We willen allemaal gezonde, goed gevormde, goed geschoolde, gedisciplineerde jongeren en dit is het moment dat wij in ze moeten investeren”, aldus de bewindsvrouw.