
De situatie bij de Surinaamse luchtverkeersleiding heeft deze week een hoogtepunt bereikt, waarbij een SLM-vlucht afkomstig uit Belém (Brazilië) niet kon landen op de Johan Adolf Pengel International Airport en moest uitwijken naar Guyana. Eerder die dag had de Suriname Air Traffic Controllers Association (Satca) aangekondigd dat luchtverkeersleiders per direct geen invalbeurten meer zouden verrichten, wat directe gevolgen had voor het vliegverkeer. Naar aanleiding van deze situatie heeft president Jennifer Simons op maandag 26 januari een spoedbijeenkomst gehad met het bestuur van de Satca.
Lorenzo Soepar, waarnemend voorzitter van Satca en area controller bij de Luchtverkeersleiding Suriname, gaf in gesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) aan dat het gesprek ging over nijpende zaken die de luchtverkeersleiding al geruime tijd bezighouden. Daarbij noemde hij onder meer de salariëring, tekortkomingen binnen de dienst en verouderde apparatuur die dringend aan vervanging toe is. Volgens Soepar speelt vooral de bezoldiging van luchtverkeersleiders een grote rol in de huidige spanningen.

Soepar gaf aan dat Satca al sinds 2023 aandacht vraagt voor deze problemen. Hij wees erop dat Suriname momenteel slechts beschikt over 25 gekwalificeerde luchtverkeersleiders, verdeeld over Area Control, Zorg en Hoop Toren en Pengel Toren, terwijl er volgens berekeningen minimaal 80 nodig zijn. “Een simpel rekensommetje zegt dat een verkeersleider het werk van drie personen doet”, stelde hij. De hoge werkdruk en het gebrek aan voldoende rust vormen volgens hem een risico voor de veiligheid. “Als je komt van een nachtdienst en men belt je al na 12 uur op voor een invaldienst, ben je niet goed uitgerust.”
Soepar sprak zich positief uit over het overleg met de president. Hij noemde de gesprekken vruchtbaar en benadrukte dat president Simons streeft naar snelle en doeltreffende resultaten. “Er zijn mensen aangesteld om de knelpunten aan te pakken. Ik moet nu de informatie brengen naar mijn leden en kijken in hoeverre de leden bereid zijn om voorlopig toch invaldiensten te blijven draaien.”

Ook Faizel Baarn, adviseur luchtvaart- en maritieme aangelegenheden op het Kabinet van de President, bevestigde dat het gesprek in een constructieve sfeer heeft plaatsgevonden. Volgens hem was het overleg zowel informatief als positief, en zijn er duidelijke afspraken gemaakt. “De komende periode zal een inventarisatie plaatsvinden van de overuren die nog uitbetaald moeten worden, aangezien er sprake is van een grote achterstand. Daarnaast zal opnieuw gekeken worden naar de salariëring en een eerder beloofde tweede ronde met betrekking tot de bezoldiging”. Baarn meldde dat de relevante documenten opnieuw zijn verzameld en dat de bond volledige medewerking zal verlenen.
Tot slot is afgesproken dat de opleiding voor luchtverkeersleiders op 6 februari weer van start gaat, terwijl tegelijkertijd wordt gekeken naar mogelijkheden voor extra instroom om de bezetting te versterken.
