

Het directoraat Bouw- en Stedenbouwkundige Werken van het Ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening heeft aannemers en architecten uitgebreid geïnformeerd over het nationaal huisvestingsprogramma van de regering. Tijdens een informatiebijeenkomst op dinsdag 5 mei, gehouden bij het ministerie van Financiën en Planning, werd het plan toegelicht en werden de eerste stappen richting uitvoering besproken.
President Jennifer Simons benadrukte het sociale karakter van het programma. De overheid een belangrijk deel van de kosten op zich nemen. Het gaat daarbij om de aanleg van wegen, afwatering en het brengen van licht en water naar de projecten. Volgens haar is deze aanpak bedoeld om de kosten voor de burger aanzienlijk te verlagen. De bedoeling is dat de koper alleen betaalt voor de woning zelf.
Nadat de gronden bouwrijp zijn en de infrastructuur is aangelegd kunnen burgers via een hypothecaire lening een woning kunnen aanschaffen bij aannemers. Voor het project is een bedrag van SRD 250 miljoen beschikbaar gesteld. De leningen zullen een rentevoet hebben van 3 tot 7 procent. Daarnaast wordt er ingezet op huur- en huurkoopconstructies, met name gericht op mensen met een lager inkomen.
Om het project geordend te laten verlopen werkt de overheid met een geselecteerde groep aannemers. “Als ieder van die mensen naar een ander bouwbedrijf gaat, dan begrijpt u dat dat niet gaat werken voor ons.” Daarom is het de bedoeling dat in een bepaalde fase bouwbedrijven worden geselecteerd op basis van hun ontwerp. De gekozen bedrijven zullen vervolgens meerdere woningen realiseren binnen hetzelfde project. De aanwezige aannemers en architecten hebben na te zijn geïnformeerd maximaal twee weken de gelegenheid om ontwerpen in te dienen voor modelwoningen en appartementengebouwen met twee bouwlagen.
Het huisvestingsprogramma is volgens president Simons een langdurig traject. Het is niet de verwachting dat alle woningen in één jaar gerealiseerd zullen worden. Daarnaast blijft het beleid flexibel. Afhankelijk van de economische situatie kunnen bedragen en voorwaarden in de toekomst worden aangepast.
Binnen de bouwsector is positief gereageerd op het initiatief. Aannemers tonen zich hoopvol en zien het programma als een belangrijke stap in het terugdringen van de woningnood. Volgens Ignaz Ahmadali, CEO van Fairali Design Engineering Consultancy, biedt het programma kansen voor zowel de overheid als het bedrijfsleven. “We zitten in de bouw en infrastructuur en dan wacht je inderdaad op dit soort momenten waarbij je kan tonen dat we samen de huisvestingsproblematiek kunnen oplossen als overheid en private sector”, stelde hij.
Ahmadali wijst daarnaast op het belang van appartementenbouw als aanvulling op traditionele woningbouw. Hij deelde mee dat het appartementsrecht, dat enkele jaren geleden is ingevoerd, nieuwe mogelijkheden biedt, omdat appartementen nu niet alleen verhuurd kunnen worden maar ook verkocht. “Losstaande woningen bouwen kost meer dan bijvoorbeeld rijtjeswoningen. Met lagere bouwkosten kan je meer mensen voorzien van een eigen woning”, zei hij, doelende op de voordelen van appartementen.