
Het Kabinet van de President heeft via het Bureau Volkscontacten wederom voedselpakketten verstrekt aan gemeenschappen die getroffen zijn door de vervuiling van de Saramaccarivier. De distributie ving op donderdag 1 oktober aan en werd op vrijdag 2 en zaterdag 3 oktober voortgezet. Het betreft een samenwerking met de firma Chotelal die de pakketten in elkaar heeft gezet. Op vrijdag 2 oktober 2026 werden de dorpen Creola, Grankreek, Maho en Columbia bezocht. De afdeling Transport van het ministerie van Defensie heeft de pakketten naar Saramacca vervoerd.
In Creola zijn 50 pakketten uitgedeeld. Claire Leming, lid van het werkbestuur van Creola, zei dat de ondersteuning welkom is, omdat veel bewoners voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van jacht, visserij en kostgrondjes. Langs de Saramaccarivier liggen volgens Leming meerdere dorpen waarvan de bewoners afhankelijk zijn van het rivierwater. Zij deed daarom een oproep op degenen die betrokken zijn bij de vervuiling van de rivier, om rekening te houden met hun medemens. “Vervuil dat water niet, want we hebben het echt nodig.”
In Grankreek hebben 157 gezinnen een pakket ontvangen. Kapitein Angelique Palmtak benadrukte dat ondernemerschap en mogelijkheden om in het eigen levensonderhoud te voorzien, van groot belang zijn voor de gemeenschap. Door de situatie kunnen vissers niet vissen en zijn andere activiteiten, zoals planten en jagen, beperkt. Palmtak hoopt dat het probleem snel wordt opgelost, maar dat het niet alleen hierbij blijft en de overheid de gemeenschappen blijft steunen.
In Maho (inheems) zijn 58 gezinnen in aanmerking gekomen voor voedselpakketten en 100 trays drinkwater. Basja Guiliano Zaalman zei dat niet alleen vissers en jagers zijn geraakt, maar ook pottenbakkers, medicijnmannen en inwoners die traditionele handwerken maken. Maho heeft voor de tweede keer voedselpakketten en drinkwater ontvangen. De kapitein waardeert de ondersteuning, maar benadrukt dat het om een noodsituatie gaat en dat een permanente oplossing nodig is. “Kinderen moeten naar school. Je moet ondernemen en werken om je kinderen naar school te sturen”, stelde hij.
Kapitein Rodney Sandel van Columbia noemt het verstrekken van voedselhulp een goed signaal vanuit de regering. Maar de gezagsdrager meent dat dit niet voldoende is om de gevolgen van het wegvallen van de visvangst op te vangen. De bewoners waren voor hun voedselvoorziening en inkomsten deels afhankelijk van de visvangst. Nu zij geen vis uit de rivier kunnen consumeren of verkopen, zijn zowel hun dagelijkse voeding als inkomsten weggevallen. Vlees en vis halen uit andere dorpen is volgens Sandel niet rendabel voor de mensen.
Hij benadrukt dat de vissers financiële ondersteuning vanuit de regering wensen om uit te komen. De kapitein hoopt dat er snel duidelijkheid komt over wanneer vis weer veilig geconsumeerd kan worden. Dan kunnen vissers en jagers hun inkomstenbron hervatten. In Columbia hebben 121 gezinnen een voedselpakket ontvangen. Op donderdag 1 oktober werden de dorpen Pikin Poika, Santigron, Brooklyn, Totikamp, Haarlem en Pikin Maisi van totaal 280 pakketten en 108 trays water voorzien. Zaterdag 3 oktober was de beurt aan Pikin Saron (210 pakketten), Broferi (6), Bigi Poika (83) en Tibiti (40).

