
“Anders dan in het bauxiettijdperk moeten olie en gas niet alleen kapitaal opleveren, maar blijvende kennis en capaciteit achterlaten. Het gaat niet slechts om banen en contracten, maar om het structureel versterken van Surinaams vakmanschap en de toekomst van ons land.” Zo sprak president Jennifer Simons op woensdag 30 september 2026 tijdens haar jaarrede in de Congreshal. De regering beoogt volgens haar local content te transformeren naar local knowledge, technology en capability. In voorbereiding op de aankomende olie-revolutie is een speciale Local Content Board in november 2025 ingesteld, waarbij het fundament is gelegd voor een sectoroverstijgend local content-beleid.
Volgens de zienswijze van de regering moeten olie en gas daarbij de katalysator zijn en niet het einddoel. De werkzaamheden van de Board richten zich niet uitsluitend op olie, gas en mijnbouw, maar op alle sectoren van onze economie. De Board heeft consultaties gevoerd met het Surinaams bedrijfsleven, internationale operators, dienstverleners, sectororganisaties, kennisinstellingen en publieke instanties. Van werkgevers en werknemers wordt daarbij een gezamenlijke inzet voor kwaliteit, productiviteit en duurzame arbeidsrelaties verwacht.
Het belangrijkste product is het voorontwerp van de Local Content Wet, die na een nationale validatiesessie met stakeholders wordt uitgewerkt, zodat de wet in 2027 kan worden ingediend en behandeld door De Nationale Assemblée. Parallel daaraan brengt de Board advies uit over de instelling van een Local Content Authority en over de harmonisatie van de Local Content Wet met de Investeringswet, de Aanbestedingswet en de Wet Economische Zones. Daarmee moet het juridisch en institutioneel fundament staan vóór first oil in 2028, zodat de offshoreproductie zich vertaalt in duurzame waarde creatie onshore.
President Simons benadrukte dat wanneer wordt gesproken over local content, de regering twee principiële punten beoogt: 1. Dat de positie van de Surinaamse werker veiliggesteld moet zijn bij internationale bedrijven. Het kan volgens het staatshoofd niet zo zijn dat lokale deskundigen worden overgeslagen en expertise wordt ingevlogen. 2. De betrokkenheid van het Surinaamse bedrijfsleven moet gegarandeerd zijn wanneer internationale investeerders in Suriname actief worden (transfer of knowledge & technology).
Volgens de president zijn de resultaten van de petroleumactiviteiten van de afgelopen jaren positief. De constante productie vanuit de onshore-velden te Saramacca levert een belangrijke en betrouwbare bijdrage aan de Surinaamse economie. Ook de ontwikkelingen in de offshore zijn in het afgelopen jaar bijzonder te noemen, beginnend met het GranMorgu-project in Block 58, waarbij de “First Oil” gepland staat voor medio 2028. De exploratie- en appraisalprogramma’s in Block 52 zijn succesvol geweest en hebben tot een declaration of commerciality van de gasontdekking geleid. Diverse exploratieplannen geven aan dat ook andere delen van het bekken nog steeds bijzonder aantrekkelijk zijn.
Bij het verrichten van zijn werkzaamheden zal het Nationaal Ontwikkelings Platform gebruikmaken van verkregen informatie uit de Suriname Local Content Summit. In het dienstjaar 2027 zal de regering prioriteit blijven geven aan de olie- en gassector om de onshoreproductie en de eindproducten langdurig te garanderen. De activiteiten naar first oil en first gas zullen alle ondersteuning krijgen als grote ontwikkelingen in de offshore mogelijk worden.