
De regering en de onderwijsbonden hebben naar aanleiding van het door de onderwijsgevenden op maandag 1 juni ingezette beraad, overleg gevoerd over de actuele situatie. Het overleg vond eerder op de dag plaats op het Kabinet van de President. Hoewel er nog geen definitieve overeenstemming is bereikt, hebben partijen afgesproken de onderhandelingen op dinsdag 2 juni om 09.00 uur voort te zetten, in de hoop tot een doorbraak te komen. Minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken zegt dat er nog enkele punten zijn die nadere uitwerking behoeven.
“We zijn nog niet helemaal eruit. Er zijn wat punten die vragen om nadere uitwerking. De afspraak is dat we morgen om negen uur verder gaan onderhandelen.” Volgens de bewindsman liggen de belangrijkste verschillen momenteel op het gebied van toelagen. “We hebben twee voorstellen gedaan om de toelagen enigszins te verhogen. Maar niet in de mate zoals dat in het wensenpakket van de bonden is opgenomen. Die voorstellen zijn verworpen.” Minister Bee gaf verder aan dat de regering de financiële mogelijkheden opnieuw zal bekijken. “De minister van Financiën en de regering zullen de nodige exercitie plegen en kijken of we onze ruimte kunnen verruimen.”
Namens de Federatie van Organisaties van Leerkrachten in Suriname (FOLS) stelde voorzitter Bernice Barron dat de bonden nog niet tevreden zijn met de uitkomsten van het overleg. “We hebben over en weer gekeken, maar niet naar tevredenheid. Morgen komen we terug om te kijken of er iets beters uit de bus komt.” Barron benadrukte dat de bonden vasthouden aan het ingediende wensenpakket. “Als aan ons wensenpakket invulling wordt gegeven, dan kunnen we daarmee volstaan.”
Voorafgaand aan de gesprekken met de bonden zijn voorbereidende gesprekken gevoerd met het Onderhandelingsorgaan van de Overheid (OO). Waarnemend staatshoofd Gregory Rusland gaf aan dat tijdens de voorbereidende gesprekken de standpunten van beide partijen zijn besproken en afspraken zijn gemaakt om het verdere onderhandelingsproces te ondersteunen. Volgens hem wordt gekeken naar het belang van de leerlingen die momenteel examen moeten afleggen. “Maar tegelijkertijd kijken we ook naar het belang van de onderwijsgevenden. Als regering moeten we op een verantwoorde manier omgaan met de belangen van de mensen”, aldus de waarnemend president.