
“Als het gaat om vernieuwing in het onderwijs, lopen we geen 100 meter sprint, maar we zijn bezig met een marathon.” Dit zei minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap & Cultuur (OWC) na afloop van het Onderwijscongres 2026 dat op 8 en 9 april 2026 plaatsvond in de Royal Ballroom van Hotel Torarica. De bewindsman heeft tijdens de bijeenkomst benadrukt dat de vernieuwing van het Surinaamse onderwijs een breed gedragen en zorgvuldig proces moet zijn. Volgens hem bouwt het huidige congres voort op eerdere bijeenkomsten, maar met een duidelijk verschil in aanpak.
Op de vraag waarin dit congres verschilt van dat van 2024, zei minister Currie dat waar eerdere conferenties zich voornamelijk richtten op actoren binnen het onderwijsveld, nu bewust wordt gekozen voor een bredere benadering. “We willen het draagvlak verbreden door ook het bedrijfsleven en de samenleving nadrukkelijk te betrekken”, stelde de bewindsman. Daarbij worden de resultaten van eerdere congressen niet losgelaten, maar juist opnieuw bekeken en waar nodig gevalideerd of bijgesteld.
Een belangrijk punt, volgens de regeringsfunctionaris, is de noodzaak van extra financiële middelen voor onderwijs. Momenteel bedraagt het onderwijsbudget circa 10% van de totale overheidsbegroting, terwijl internationaal een percentage van 15% tot 20% wordt aanbevolen. De onderwijsminister gaf aan zich sterk te maken om meer middelen vrij te krijgen. “Als we kwalitatief goed onderwijs willen, zullen we moeten investeren. Daar sta ik voor en daar ga ik voor.”
Vanuit het kabinet van de president is inmiddels ondersteuning toegezegd voor de verbetering van de onderwijsinfrastructuur. Er staan 53 scholen op de planning voor renovatie, uitbreiding van lokalen en verbetering van sanitaire voorzieningen. Daarnaast blijft het tekort aan leerkrachten een grote uitdaging. Als tijdelijke oplossing wil het ministerie meer inzetten op technologie en distance learning. Dit moet echter gepaard gaan met goede begeleiding van leerkrachten in het gebruik van digitale middelen.
Ook het vraagstuk rond de opvang van driejarigen kwam aan bod. Volgens minister Currie is het uitgangspunt helder: “We mogen niemand achterlaten.” Hij erkent dat het huidige systeem onvoldoende is ingericht voor zowel hoogbegaafde kinderen als leerlingen met een beperking. Tegelijkertijd benadrukt hij het belang van vroege ontwikkeling: hoe eerder kinderen worden begeleid, hoe sterker hun mentale en educatieve basis.
“Maar dat betekent wel dat je mensen moet hebben, die die kinderen moeten kunnen begeleiden. Je weet dat we reeds met een tekort zitten aan leerkrachten. En als het gaat om vernieuwing in het onderwijs lopen we geen 100 meter sprint, maar we zijn bezig met een marathon”, aldus minister Currie. Vernieuwingen zullen gefaseerd worden ingevoerd: mogelijk eerst als pilotprojecten, maar met als doel duurzame voortzetting. Volgens de bewindsman ligt de sleutel uiteindelijk bij voldoende en goed opgeleide begeleiders die kinderen op elk niveau kunnen ondersteunen binnen het onderwijssysteem.