
De eerste resultaten van laboratoriumonderzoek naar de massale vissterfte in de Saramaccarivier wijzen volgens minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu (OGM) op een vermoedelijke chemische oorzaak. In een interview met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) op maandag 27 juli 2026 zegt de bewindsman dat er binnen twee weken verwacht wordt dat er duidelijkheid bestaat over de vermoedelijke veroorzaker, terwijl de definitieve analyseresultaten van de vismonsters op 10 augustus tegemoet worden gezien.
Hoewel minister Brunings benadrukt dat de definitieve conclusies nog moeten worden afgewacht, bestaat het vermoeden dat een opslag of bassin met een chemisch product, door zware regenval is overstroomd. Daardoor zou de stof in de Moeroekreek zijn terechtgekomen, waar een grote hoeveelheid vissen vrijwel direct is gestorven. Deze zouden vervolgens met de stroming vanuit de kreek in de Saramaccarivier zijn terechtgekomen en vervolgens naar de riviermonding zijn meegevoerd. Volgens de bewindsman lijkt het om een eenmalig incident te gaan, omdat na de eerste golf geen nieuwe massale vissterfte is waargenomen.
Volgens minister Brunings stond al meteen na de waarneming de veiligheid van de bewoners langs de rivier centraal. “Wij hebben direct geadviseerd om geen water uit de rivier te gebruiken en geen vis te consumeren totdat duidelijk is wat er precies aan de hand is”, aldus de bewindsman. De Nationale Milieu Autoriteit (NMA) verspreidde onmiddellijk waarschuwingen, terwijl het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR) zorg droeg voor de distributie van drinkwater en voedsel aan de getroffen gemeenschappen.
Naast de noodmaatregelen startte de overheid met het nemen van water- en vismonsters. Hoewel een deel van de analyses in Suriname kon worden uitgevoerd, bleek dat de lokale laboratoria niet over alle benodigde analysemogelijkheden beschikken. In samenwerking met de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie (PAHO), het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA), zijn op 15 juli monsters naar Frans-Guyana gestuurd voor uitgebreide analyses. Vervolgens werd ook een gespecialiseerd instituut uit Frankrijk ingeschakeld voor aanvullend onderzoek.
De resultaten van de vismonsters worden op 10 augustus verwacht, waarna een compleet beeld beschikbaar moet zijn. Parallel aan het laboratoriumonderzoek is een uitgebreid forensisch milieuonderzoek gestart om de bron van de vervuiling vast te stellen. De Environmental Crime Unit (ECU) van het Korps Politie Suriname (KPS) onderzoekt verschillende locaties waar mogelijk chemische stoffen in het milieu terecht zijn gekomen. Volgens minister Brunings moet nog één locatie worden bezocht voordat het onderzoek kan worden afgerond.
“Wanneer alle onderzoeksgegevens uit Suriname, Frans-Guyana en Frankrijk zijn samengebracht, verwachten wij binnen twee weken de vermoedelijke veroorzakers in beeld te hebben en te kunnen bepalen wanneer het gebied weer volledig veilig is.” De gebeurtenis heeft volgens de bewindsman duidelijk gemaakt dat Suriname sneller moet kunnen beschikken over betrouwbare laboratoriumresultaten tijdens milieucalamiteiten. Daarom wordt samen met de PAHO een beoordeling uitgevoerd van de nationale laboratoriumcapaciteit.
Daarnaast wijst minister Brunings erop dat onlangs een memorandum of understanding (MoU) is ondertekend met TotalEnergies en Petronas, waarbij investeringen in laboratoriumfaciliteiten onderdeel uitmaken van de samenwerking. De bewindsman ziet het recente incident als een belangrijk signaal dat strengere controle op mijnbouwactiviteiten noodzakelijk is. Volgens hem moet Suriname overstappen naar duurzamere vormen van goudwinning, waarbij chemische stoffen veilig worden opgeslagen en niet in het milieu terechtkomen.