Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Kabinet van de President

Hervorming en versterking onderwijs cruciaal voor nationale ontwikkeling

Hervorming en versterking van het Surinaamse onderwijs zijn cruciaal voor de ontwikkeling van het land. De regering blijft volgens president Jennifer Simons daarom werken aan deze doelstellingen. Het staatshoofd is tijdens haar tweede jaarrede op woensdag 30 september 2026 ingegaan op integrale aanpak die de regering voor het onderwijs voorstaat. Voor het schooljaar 2027-2028 zijn er nog steeds grote uitdagingen, die opgelost moeten worden. Het begint met het aantal kinderen, die voor het eerst naar school gaan, het aantal beschikbare lokalen en de fysieke staat van de scholen.

Er is inmiddels een inventarisatie gemaakt van scholen die reparatie nodig hebben en van het benodigde schoolmeubilair. Daarnaast is een aanvang gemaakt met de bouw van meer dan 50 nieuwe leslokalen. Suriname heeft ook ongeveer 20 containers met schoolmeubilair uit Europa als donatie ontvangen waarvan de opslag en distributie samen met het Nationaal Leger wordt uitgevoerd. Op verschillende scholen zullen daarnaast de opgeslagen metalen frames van tafels en stoelen in samenwerking met lokale organisaties en technische scholen worden gerepareerd.

Volgens president Simons is dit onderdeel van de reparatiefase en moet onder meer de afstemming tussen de bevolkingsadministratie en de onderwijsplanning worden verbeterd. Ook immigratie, overgangsnormen en de kwaliteit van het onderwijs worden meegenomen in het beleid. President Simons benadrukte dat Suriname in transitie is en dat het onderwijs moet aansluiten op de kennis en technologie die nodig zijn voor de verdere ontwikkeling van het land.

“Onze jongeren moeten worden voorbereid op beroepen, die vandaag niet bestaan en dat kunnen combineren met ondernemerschap. Kennis moet ook leiden tot productie, innovatie, ondernemingen en werkgelegenheid”, aldus de president. Voor het onderwijsjaar 2026-2027 richt de regering zich op vier concrete beleidsmaatregelen. De eerste is de ontwikkeling van een nationale onderwijskolom, waarbij leerlingen duidelijke doorstroommogelijkheden krijgen van het basisonderwijs tot het hoger en wetenschappelijk onderwijs.

“Geen enkele leerling mag binnen ons onderwijssysteem op een doodlopende weg terechtkomen”, stelde president Simons. Zij benadrukte dat Suriname naast academici ook technici, vakmensen, ondernemers en praktisch geschoolde professionals nodig heeft. In 2027 wordt daarom verder gewerkt aan doorstroommogelijkheden, eindtermen, kwalificatieniveaus en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

De tweede maatregel betreft investeringen in onderwijsgevenden en het behoud van het onderwijskader. Daarbij gaat het om de loonpositie, secundaire voorzieningen, loopbaanperspectief, werkdrukverlaging en modernisering van de leerkrachtenopleidingen. Daarnaast wil de regering de Anton de Kom Universiteit van Suriname verder ontwikkelen tot nationaal kennis- en onderzoekscentrum. Samenwerking met het bedrijfsleven en internationale universiteiten moet worden versterkt en specialistische programma’s in onder meer techniek, rechten en economie worden ontwikkeld.

Tot slot wordt gewerkt aan een versterkt stelsel van korte, flexibele en praktijkgerichte beroepsopleidingen. In samenwerking met de Stichting Arbeidsmobilisatie en Ontwikkeling (SAO) worden opleidingen voorbereid in onder meer elektrotechniek, installatietechniek, lassen, koeltechniek en autotechniek. De certificaten moeten ook toegang bieden tot vervolgonderwijs. “Suriname moet een kansenland zijn voor de jeugd”, sprak president Simons. Volgens het staatshoofd moeten jongeren met moderne beroepsopleidingen, ondernemerskredieten en hoogwaardige banen kansen krijgen binnen Suriname. De Suriname National Training Authority (SNTA) krijgt daarbij een belangrijke rol bij de gelijkstelling van mogelijke beroepen.