Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Kabinet van de President

Havenbeheer maakt Jules Sedney Haven Terminal gereed voor groei olie- en gassector

De NV Havenbeheer Suriname speelt met een integrale aanpak in op de verwachte groei rond de olie- en gassector. Zo wordt de Jules Sedney Terminal alvast gereed gemaakt c.q. uitgebreid voor de komende ontwikkelingen. Aisa Tjon-Akon, manager Infrastructure van NV Havenbeheer Suriname, zegt dat de uitbreiding noodzakelijk is om zowel de nieuwe sector als de bestaande klanten te kunnen blijven bedienen. Met de opkomende olie- en gassector wordt volgens haar een toename van import en export verwacht. Daarom is er meer terrein nodig alsook meer aanmeermogelijkheden.

Suriname maakt deel uit van het Guyana-Suriname-bekken, waar verschillende oliemaatschappijen actief zijn. “Voor die maatschappijen is het belangrijk dat ze veilig en efficiënt volgens internationale normen hun werkzaamheden kunnen uitvoeren. En daar willen we overtuigend “ja” op kunnen antwoorden”, zegt Tjon-Akon. De eerste fase van de uitbreiding omvat een nieuwe kade van 140 meter. Deze moet in september 2027 worden afgerond. Daarna staat nog een uitbreiding van 120 meter op de planning. Ook wordt het opslaggebied met 7,1 hectare uitgebreid, welke eveneens in september 2027 opgeleverd moet worden.

Naast fysieke uitbreiding wordt sterk ingezet op digitalisering. Volgens de manager werkt Havenbeheer samen met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) aan een Port Community System (PCS), waarmee de doorvoer van lading efficiënter moet verlopen. Ook de rehabilitatie van de Van ’t Hogerhuysstraat, de brug over het Saramaccakanaal en de aanleg van een truckingcenter maken deel uit van de aanpak als voorbereiding op de groei. “De grote liners hebben aangegeven dat ze voor de komende periode, nóg voordat de eerste olie uit de grond is, al een stijging van 300% verwachten van de te verwerken lading”, aldus Tjon-Akon.

Met het oog op de ontwikkelingen is Havenbeheer bezig met baggeren langs haar kades tot een diepte van 7,5 meter bij laagwaterstand. Volgens de manager Infrastructure zijn er schepen die een grotere diepgang nodig hebben, maar is dit afhankelijk van de vaargeul. Zolang deze niet dieper wordt gebaggerd, kan ook langs de kades niet dieper worden gegaan. Of de vaargeul dieper gebaggerd moet worden, zal afhangen van een haalbaarheidsstudie die door de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) moet worden uitgevoerd. Op basis van een prognose van het aantal schepen dat een grotere diepgang nodig heeft, zal worden bekeken of de vaargeul verder moet worden uitgediept.

Om de sector verder te ondersteunen, heeft Havenbeheer in 2025 samen met Port of Antwerp-Bruges het Suriname Port Training Institute (SPTI) opgericht. Het instituut verzorgt trainingen voor lokale bedrijven en deelnemers uit de CARICOM, met als doel vaardigheden naar internationale standaarden te brengen. Over de aanpak van de verkeersdrukte zegt Tjon-Akon dat er onder meer wordt gewerkt aan een Port Community System (PCS), waarbij douane, havenbeheer en terminaloperators samenwerken om wachttijden te beperken.

Daarnaast wordt het transport gespreid via het truckingcenter en een afsprakensysteem. Voor het verkeer buiten het havengebied is samenwerking met de lokale autoriteiten nodig, waarbij een integraal verkeersplan voor Suriname noodzakelijk is met het oog op de groei na 2028.