Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Kabinet van de President

Economische Controle Dienst moet meer armslag krijgen

De Economische Dienst (ECD) vervult als werkarm van het ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI) een cruciale rol in toezicht en handhaving. De dienst is primair belast met de naleving van wetgeving rondom economische activiteiten, consumentenbescherming en het bestrijden van economische criminaliteit. Het ruime werkveld maakt meer middelen en bevoegdheden noodzakelijk zodat de dienst met grotere armslag kan optreden. In gesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) op donderdag 8 oktober 2026 erkent EZOTI-minister Andrew Baasaron deze behoefte.

De bewindsman noemt de ECD het zorgenkindje van zijn ministerie. Hij weet dat alle ogen op deze dienst gericht zijn, maar stelt nadrukkelijk dat het bij EZOTI niet sec om prijscontrole c.q. de ECD draait. “Maar het heeft onze aandacht”, verzekert minister Baasaron over de prijscontrole. Hij benadrukt evenwel dat er meer middelen voor de ECD nodig zijn om het werk effectief te kunnen uitvoeren. Het gaat onder meer om voertuigen en meerdere Buitengewoon Agenten van Politie (BAVP’ers). “Mensen die het mandaat hebben om daadwerkelijk controle uit te oefenen, maar ook de proces-verbalen op te maken”, onderstreept de EZOTI-minister.

Dit alles vereist dat medewerkers getraind worden. “We hebben twee politie-inspecteurs vanuit het Openbaar Ministerie (OM) die ons assisteren. Dus het team wordt steeds beter versterkt. En we kunnen daar ook in de districten optreden”, legt de bewindsman uit. De roep vanuit de districten is vrij groot. Minister Baasaron is niet ontevreden over de weg die is ingeslagen, met daarbij ondersteuning van het Kabinet van de President.

Controle en monitoring
Minister Baasaron zegt dat 20 tot 25 basisgoederen strak wordt gemonitord. Volgens beschikbare informatie zijn de prijzen tussen 6 februari en heden gemiddeld met minder dan 1 procent gestegen. De bewindsman erkent dat sommige producten een hogere stijging kenden. Er wordt volgens hem regelmatig gemeten. Verder hebben rapportages, na verschillende veldbezoeken van de ECD, uitgewezen dat er problemen bestaan rond de etikettering. Het is volgens de bewindsman een vereiste dat de informatie over producten het liefst in het Nederlands of Engels wordt aangegeven.

Volgens minister Baasaron is zijn ministerie er niet op uit om winkeliers en ondernemers te straffen. Zijn departement doet er daarom alles aan om de winkeliers zo goed mogelijk te informeren. “Zeker de mensen die in het Chinees communiceren of het Portugees”, zegt minister Baasaron. Er worden speciale flyers in voornoemde talen gemaakt om deze groepen te bereiken. Het ministerie maakt verder goed gebruik van meldingen vanuit de samenleving, waarbij ECD uitrukt. Dat laatste gebeurt volgens minister Baasaron vrij snel op de dag wanneer de melding binnenkomt of uiterlijk de volgende dag. De inspecties worden in verschillende districten verricht.

Als bij de eerste inspectie van de ECD een overtreding is geconstateerd, wordt er met de winkelier gesproken. “We hebben ook een taak om de mensen op pad te helpen”, verduidelijkt minister Baasaron. Echter, bij herhaaldelijk falen kunnen boetes worden opgelegd en spullen in beslag worden genomen. In het uiterste geval wordt de winkel gesloten of de vergunning ingetrokken. “Indien de winkelier inderdaad de waarschuwingen in acht heeft genomen en de aanpassingen heeft gepleegd, dan wordt de zaak weer opengesteld voor het publiek”, legt de bewindsman uit.

Minister Baasaron benadrukt de belangrijke rol van de ondernemers. Echter, hij voegt eraan toe: “Het moet een win-win zijn. De samenleving moet het gevoel hebben dat ze waar krijgt voor haar geld, dat ze niet wordt afgeperst én de ondernemer moet ook uitkomen.”