
Elizabeth Riley, directeur van de Caribbean Disaster Emergency Management Agency (CDEMA), heeft een kennismakingsbezoek gebracht aan president Simons. De functionaris werd daarbij op dinsdag 9 juni 2026 vergezeld door Jerry Slijngard, coördinator van het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR). CDEMA is het regionale intergouvernementele agentschap van de Caribische Gemeenschap (CARICOM) dat lidstaten ondersteunt bij rampenpreventie, paraatheid, respons en herstel na rampen.
De ontmoeting op het Kabinet van de President stond in het teken van het versterken van de samenwerking tussen Suriname en CDEMA op het gebied van rampenrisicobeheer, klimaatweerbaarheid en regionale solidariteit. Daarbij werd ingegaan op de ondersteuning die CDEMA aan Suriname kan bieden, maar ook op de bijdrage die Suriname levert aan andere lidstaten die worden getroffen door natuurrampen. Volgens NCCR-coördinator Slijngard, die Suriname vertegenwoordigt binnen CDEMA, was het bezoek bedoeld om de president nader kennis te laten maken met de organisatie en haar werkzaamheden.
“Wij zijn erg blij dat de executive director van CDEMA in Suriname is. We wilden van de gelegenheid gebruikmaken om haar in contact te brengen met de president als hoogste verantwoordelijke van het land. Het doel was niet alleen kennismaking, maar ook uitleg over wat CDEMA doet, welke ondersteuning Suriname kan verwachten en wat CDEMA kan betekenen voor onze verdere ontwikkeling op het gebied van rampenbeheer”, aldus Slijngard. De coördinator benadrukte dat het NCCR geen onderdeel is van CDEMA, maar wel fungeert als nationaal aanspreekpunt van Suriname binnen de organisatie. “Wij vertegenwoordigen Suriname binnen CDEMA en werken nauw samen aan de versterking van onze rampenparaatheid en weerbaarheid.”

Tijdens het onderhoud werd onder meer gesproken over het gezamenlijke landenwerkprogramma dat door CDEMA en NCCR is ontwikkeld. Volgens Riley richt dit programma zich op het versterken van de nationale weerbaarheid van Suriname. “We hebben gesproken over de voordelen van het lidmaatschap van CDEMA voor Suriname en over de nationale prioriteiten op het gebied van rampenrisicobeheer. Het landenwerkprogramma omvat onder meer trainingen, planontwikkeling, oefeningen en publieke voorlichting”, aldus de CDEMA-directeur. Beide organisaties hebben de intentie uitgesproken om de samenwerking verder te verdiepen, met als doel een sterker en veerkrachtiger Suriname binnen een solidair Caribisch gebied.
Daarnaast kwamen de overstromingen in het binnenland en zware windverschijnselen in Suriname aan de orde. Riley wees op de mogelijkheid om bewezen Caribische technieken toe te passen voor het beter verankeren van daken. “We hebben besproken hoe we kennis uit het CDEMA-systeem kunnen inzetten om dakconstructies te versterken en schade door zware windstoten te beperken.” Riley sprak tevens haar waardering uit voor de steun die Suriname regelmatig biedt aan getroffen Caribische landen. “De regering van Suriname heeft altijd snel gereageerd wanneer lidstaten door rampen werden getroffen. Die bijdragen worden binnen het hele CDEMA-netwerk zeer gewaardeerd.”