Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on linkedin
LinkedIn

Kabinet van de President

Deputy Managing Director IMF maakt opwachting bij president Santokhi

Kenji Okamura, de Deputy Managing Director van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), heeft een beleefdheidsbezoek gebracht aan president Chandrikapersad Santokhi. Dit gebeurde op maandag 12 februari 2024. Tijdens een onderhoud op het Kabinet van de President heeft president Santokhi zijn hartgrondige dank uitgedrukt voor de steun van het IMF om de Surinaamse economie te helpen herstellen. Hij noemde het bezoek van de Deputy Managing Director daarbij historisch. Okamura prees Suriname voor een voorspoedige uitvoering van het programma.

De IMF-functionaris wordt onder meer vergezeld door Executive Director Afonso Bevilaqua, die Suriname vertegenwoordigt in het IMF-bestuur. Bij de ontmoeting zaten ook aan: vicepresident Ronnie Brunswijk, de ministers Stanley Raghoebarsing, Albert Ramdin en David Abiamofo, leden van het Surinaams IMF-team en Anastasia Guscina, die de afgelopen periode de IMF-missie voor de 5e evaluatie van het herstelprogramma heeft geleid.

President Santokhi blikte terug op zijn ontmoeting met IMF-managing director Kristalina Georgieva in november 2021 in Glasgow, Schotland. Aan haar was toen aangegeven dat de uitvoering van het herstelprogramma (Extended Fund Facility (EFF)) te zwaar bleek voor de Surinaamse bevolking, waarop het IMF positief reageerde door aanpassingen te plegen. Het staatshoofd sprak zijn dank uit aan zowel Georgieva als Bevilaqua; laatstgenoemde is volgens de president een onmisbare steun voor Suriname gebleken sedert de aanvang van het herstelprogramma. President Santokhi zegt dat het programma zijn vruchten afwerpt: er is stabiliteit op macro-economisch niveau; de koers is stabiel en de inflatie neemt af. Verder zijn ook de overige parameters positief te noemen.

Het staatshoofd kijkt uit naar verdere samenwerking c.q. ondersteuning van het IMF bij onder meer het implementeren van belastinghervormingen, terwijl de regering zichzelf ook inspant om inkomsten van de publieke sector te verhogen, sociale programma’s uit te voeren, corruptie tegen te gaan en de economie voor te bereiden op de olie- en gasindustrie. President Santokhi nodigde de IMF-delegatie uit zich te oriënteren op gebieden waar er vooruitgang is geboekt alsook die waar mensen het minder goed hebben. Hij legt de nadruk op de goede dialoog met het IMF, welke tot nu toe cruciaal is geweest voor een succesvolle uitvoering van het herstelprogramma. Het staatshoofd merkt op dat Suriname ook enkele belangrijke lessen heeft geleerd. Het uitstellen van de start van het EFF leerde namelijk dat zaken ook in place moeten zijn om te profiteren van IMF-programma’s.

Okamura erkent dat implementatie van een IMF-herstelprogramma niet altijd even makkelijk is. Hij merkt echter op dat Suriname met de voorspoedige implementatie heeft bewezen dat een succesvolle uitvoering wel mogelijk is. De IMF-functionaris is net als president Santokhi de mening toegedaan dat dialoog in de samenwerking van cruciaal belang is. Hij prijst de pogingen van Suriname om de economie weer op spoor te brengen en de toewijding aan het herstelprogramma. Okamura legt daarbij de nadruk op financiering van ontwikkelingsprogramma’s, capaciteitsversterking en de verbetering van onderwijs, volksgezondheid en sociale voorzieningen. Hij benadrukt dat uitdagingen voor het stabiel houden van de economie blijven zijn, maar dat het IMF er ook is om Suriname daarin te begeleiden.