
Het conceptdocument aangaande de resultaten van de in april en juni van dit jaar gehouden onderwijscongressen zijn aan president Jennifer Simons aangeboden. Het staatshoofd nam het document op maandag 7 september 2026 op haar kabinet in ontvangst uit handen van de presidentiële werkgroep Nationaal Onderwijscongres, die belast was met de organisatie en het eindverslag van de bijeenkomsten. Het conceptdocument geeft richting aan wat er in de komende jaren moeten worden gedaan om het nationaal onderwijssysteem te transformeren.
Het doel van de onderwijscongressen was om een basis te leggen voor een langetermijnvisie op het Surinaamse onderwijs. De presidentiële werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het Kabinet van de President, de ministeries van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en Jeugdontwikkeling en Sport alsook Unicef en de IDB. Volgens Daniela Rosario – namens het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur lid van de werkgroep – is de onderwijsvisie voor 2035 nog niet definitief geformuleerd.
Ze legt uit dat er wel een lang traject is uitgezet om na te gaan wat er moet gebeuren met onderwijs, wat de vraag is, waar men naartoe wil en waar men nu staat. De werkgroep heeft drie belangrijke pijlers vastgesteld, waaraan verschillende interventies zijn gekoppeld. Deze moeten vervolgens worden uitgewerkt in concrete actiepunten. De uitvoering van de voorgestelde hervormingen kan volgens Rosario niet door één ministerie of het Kabinet van de President alleen; eenieder moet dus betrokken worden.
Een belangrijk onderdeel van de roadmap richting 2035 is de transformatie van het huidige onderwijs. Daarbij moet worden gewerkt van leerstofgericht onderwijs naar een meer structurele en getransformeerde vorm van onderwijs. Als er wordt gekeken naar de pijlers, gaat het erom gaat dat voornamelijk de roadmap naar 2035 bedoeld is om te gaan van leerstofgericht onderwijs naar meer getransformeerd onderwijs c.q. meer structureel onderwijs. “Dat moeten we goed doen om te kunnen praten over kwalitatief goed onderwijs”, aldus Rosario.
Binnen het traject wordt onder meer gekeken naar de onderwijsvisie, ontwikkelingen binnen de sector, knelpunten en de strategische richting voor de komende jaren. Ook wordt gewerkt aan een actieplan tot 2029 en wordt gekeken naar de investeringen die nodig zijn om het onderwijs te verbeteren. Daarbij worden ook de kosten per leerling meegenomen alsook wat nodig is om optimale onderwijsvoorzieningen te realiseren. Ook goed bestuur, accountability en risicoanalyse maken deel uit van het traject.
De uiteindelijke impact moet volgens Rosario zichtbaar worden in school readiness, basisvaardigheden, inclusie, evidence-based onderwijs, kwalitatieve overdracht, relevantie, levenslang leren en burgerschapsvorming. Ook de positie van leerkrachten krijgt aandacht binnen de voorgestelde onderwijsvernieuwing. “We gaan werken met de leerkrachten om ze direct vanaf het begin te betrekken in het proces.” De bedoeling is hen te versterken, zodat er optimaal onderwijs verzorgd kan worden.