
De behoefte aan deelname aan het nationale schoolvoedingsprogramma blijft toenemen. Voor het schooljaar 2026/2027 hebben zich volgens de meest recente registratie 316 scholen aangemeld. Binnen het programma gaat het om ongeveer 34.000 broden en warme maaltijden. Dat bevestigt Mireille Cramer, voorzitter van de presidentiële werkgroep Schoolvoedingsproject, tijdens een vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS).
Bijdrage aan welzijn en onderwijs
Volgens Cramer vervult het programma een belangrijke maatschappelijke functie. Door kinderen tijdens de schooldag van voeding te voorzien, wordt niet alleen bijgedragen aan hun welzijn, maar ook aan betere omstandigheden om onderwijs te volgen.
“Laten we er met z’n allen voor zorgen dat ieder kind, ongeacht zijn of haar omstandigheden, tijdens de schooldag iets kan eten. Uiteindelijk willen we dat kinderen zich kunnen concentreren op leren en zich ontwikkelen.”
Meer aandacht voor lokale productie
Binnen het programma wordt ook gekeken naar mogelijkheden om meer lokaal geproduceerde voedingsmiddelen op te nemen. Dit sluit aan bij de visie van president Jennifer Simons om lokale productie verder te stimuleren.
In het afgelopen schooljaar is hiervoor een pre-pilot uitgevoerd met een selectie van scholen uit verschillende gebieden. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat behoeften per gebied kunnen verschillen. “Een kind uit de omgeving Latour kan een andere behoefte hebben dan bijvoorbeeld een kind uit Ma Retraite of het binnenland”, legt Cramer uit.
In het nieuwe schooljaar worden meer scholen bij de pilot betrokken om verder te onderzoeken hoe lokale producten een grotere plaats kunnen krijgen binnen het programma.
Lessen uit het eerste schooljaar
Het schooljaar 2025/2026 stond vooral in het teken van de opbouw en monitoring van het programma. Volgens Cramer heeft de werkgroep hierdoor beter inzicht gekregen in wat goed gaat en waar aanpassingen nodig zijn.
Het programma wordt landelijk uitgevoerd. In Brokopondo en Sipaliwini worden voornamelijk warme maaltijden verstrekt. Dit schooljaar wordt ook Marowijne hieraan toegevoegd. In de overige districten ligt de nadruk op broodmaaltijden.
Kavels verkleind voor kwaliteit en tijdige levering
Een belangrijke aanpassing voor het nieuwe schooljaar is de verkleining van de kavels. Hierdoor is het totale aantal kavels uitgebreid van 18 naar 34. Bij de nieuwe indeling is gekeken naar het aantal dagelijkse leveringen per leverancier en de logistieke ligging van de scholen binnen de verschillende leveringsgebieden.
De aanpassing moet bijdragen aan het behoud van de kwaliteit en ervoor zorgen dat de voeding tijdig bij de scholen wordt afgeleverd.
“Door de kavels te verkleinen, wordt het aantal dagelijkse leveringen per leverancier beter beheersbaar. Tegelijkertijd hebben we rekening gehouden met de logistieke ligging van de scholen. Daarmee streven we naar kwaliteitsbehoud en tijdige levering”, aldus Cramer.
Samenwerking en voedselveiligheid
Voor de uitvoering werkt de werkgroep samen met leveranciers die ieder verantwoordelijk zijn voor een toegewezen kavel. Daarbij wordt toegezien op hygiëne, kwaliteit en voedselveiligheid.
In samenwerking met het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG) zijn food safety-trainingen verzorgd voor leveranciers en hun medewerkers. Ook de districtscommissarissen worden betrokken bij de monitoring en controle in de verschillende gebieden.
Voorbereiding start 2026/2027 in volle gang
De werkgroep rondt momenteel de voorbereidingen voor het schooljaar 2026/2027 af. Daarbij zijn de ervaringen uit het afgelopen schooljaar meegenomen om de uitvoering verder te verbeteren.
Het streven is om rond de derde of vierde week van oktober te starten met de leveringen. Volgens Cramer blijft het uitgangspunt dat de verdere groei van het programma hand in hand moet gaan met kwaliteit, voedselveiligheid, tijdige levering en goede monitoring.