
President Jennifer Simons meent dat de Wet Openbaarheid van Bestuur en het instellen van de Ombudsman er moeten komen om burgers meer mogelijkheden te geven om de overheid kritisch te volgen en klachten over overheidsinstituten kenbaar te maken. Deze mening ventileerde het staatshoofd op zondag 4 oktober 2026 in het programma Welingelichte Kringen op Radio ABC. Volgens president Simons is de Wet Openbaarheid van Bestuur belangrijk omdat burgers daarmee informatie bij de regering kunnen opvragen en vragen kunnen stellen over overheidshandelen.
Volgens het staatshoofd bestaat er brede overeenstemming dat een dergelijke wet nodig is en zijn er reeds concepten ingediend. “Het is heel belangrijk om niet alleen vast te leggen waar burgers informatie over moeten krijgen. Maar ook vast te leggen wat niet kan”, zei president Simons. Zij benadrukte dat openbaarheid van bestuur niet betekent dat alle overheidsinformatie openbaar moet zijn. “Openbaarheid van bestuur is bijvoorbeeld niet hetzelfde als het lekken van zaken uit de raad van ministers. Het is niet hetzelfde.” De regelgeving moet volgens haar daarom duidelijk aangeven waar de grenzen liggen.
Naast de Wet Openbaarheid van Bestuur noemde president Simons ook de instelling van een Ombudsman als belangrijk onderdeel van het versterken van de mogelijkheden voor burgers om klachten over de overheid kenbaar te maken. “De Ombudsman heb ik persoonlijk in mijn verkiezingswensen neergezet. En dat moet komen”, aldus het staatshoofd. De Ombudsman moet volgens haar vooral een mogelijkheid bieden voor burgers om klachten in te dienen over de manier waarop zij door overheidsinstituten zijn behandeld of over wat er binnen die instituten is gebeurd.
Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat het instituut direct wordt overspoeld met klachten. “Je gaat de wet moeten zetten en dan een tijdlijn, omdat ons land op dit moment zoveel problemen heeft voor burgers. Je moet voorkomen dat je zo’n instituut niet compleet verlamt doordat er 160.000 klachten binnenkomen. Dan heeft het geen zin”, stelde president Simons. Daarom wordt volgens haar gekeken naar een gefaseerde aanpak.
In de eerste fase zouden klachten kunnen worden geïnventariseerd, zonder dat direct de verwachting wordt gewekt dat alle klachten ook meteen kunnen worden opgelost. De president ziet de klachten die burgers indienen daarbij niet alleen als een manier om problemen aan te kaarten, maar ook als een vorm van feedback voor de overheid. Volgens het staatshoofd kan de Ombudsman op die manier inzicht geven in hoe overheidsinstituten in de praktijk functioneren en waar zich structurele problemen voordoen.