Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Kabinet van de President

Bureau voor de Staatsschuld: ‘Totale staatsschuld bedraagt USD 4,65 miljard’

De totale staatsschuld van Suriname bedraagt per juni 2026 USD 4,65 miljard. En geen USD 8,7 miljard zoals recent door een lokaal dagblad is gepubliceerd. In een gesprek met De Communicatie Dienst Suriname (CDS) op vrijdag 28 augustus 2026 ontkracht Charlene Soentik, Administrateur-Generaal (AG) bij het Bureau voor de Staatsschuld, deze foutieve informatie van de krant. Het bedrag van USD 4,65 miljard is volgens de functionaris in SRD omgerekend 175,28 miljard. De Administrateur-Generaal benadrukt dat het Bureau voor de Staatsschuld de schuld blijft monitoren en coördineren om wederom op de wettelijk vastgestelde schuld-BBP-ratio van 60% te komen. “Dat is onze taak en dat doen we”, aldus de AG. Ze verwijst daarbij meteen naar de website van het Bureau voor de Staatsschuld, waar alle informatie terug te vinden is.

 Volgens de Administrateur-Generaal wordt de schuld opgebouwd uit trekkingen uit de gecommitteerde leningen. “Dus elke trekking wordt onderdeel van de schuld. Dus trekkingen tot de desbetreffende maand, aflossingen tot de desbetreffende maand en eventueel koersverschillen”, legt de AG uit. Momenteel bedraagt de binnenlandse schuld USD 0,76 miljard, wat omgerekend neerkomt op SRD 28,49 miljard. De buitenlandse schuld bedraagt op USD 3,9 miljard en in SRD omgerekend 146,79 miljard. Deze twee bedragen komen totaal neer op de SRD 175,28 miljard oftewel USD 4,65 miljard.

Het Bureau voor de Staatsschuld is genoodzaakt zich te houden aan de Wet op de Staatsschuld als gekeken wordt naar de verhouding van de huidige schuld tot het schuldenplafond. Conform deze wet wordt de staatsschuld uitgedrukt in het bruto binnenlands product (BBP) van het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS). De Administrateur-Generaal benadrukt hierbij dat het BBP van het ABS altijd een jaar achteraf uitkomt. Tot op heden wordt er nog gewerkt met het BBP van de ABS over het jaar 2024. “Volgend maand september zou dus die over 2025 moeten uitkomen”, stelt AG Soentik. Zij geeft verder aan het BBP over 2024 dat momenteel wordt gehanteerd gelijk is aan SRD 146,55 miljard. De totale schuldratio op basis van het BBP van ABS – nog steeds over het jaar 2024 – bedraagt in totaal 119.6%. Voor het binnenland is dat 19.4% en het buitenland 100.2%. 

Maandelijks wordt de staatsschuld gerapporteerd aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en het ministerie van Financiën en Planning. Voor het IMF wordt er een BBP gebruikt, dat de internationale financiële instelling zelf uitbrengt. De Administrateur-Generaal maakt duidelijk dat dit BBP wel betrekking heeft op het jaar 2026, met een totale waarde van SRD 235,2 miljard. Op basis van het IMF-BBP is de totale schuld 74.5%, waarvan voor het binnenland 12.1% en buitenland 62.4%. “Dit is ook nog steeds op basis van de stand van de schuld per juni 2026”, legt de AG uit. De schuld-BBP-ratio wordt ook gerapporteerd op basis van het BBP van het Stichting Planbureau Suriname en wordt gebruikt voor de projecties in Suriname. Het ministerie van Financiën en Planning maakt gebruik van deze projecties.

De AG zegt dat elke leningsovereenkomst een bepaalde looptijd heeft. De looptijd heeft betrekking op de terugbetaling. De AG legt uit dat er leningen zijn die binnen vijf jaar terugbetaald moeten worden en weer andere binnen tien jaar of twintig jaar. “De looptijden variëren dus per lening”. Conform de Wet op de Staatsschuld (doelende op de moederwet van 2002, artikel 1) kan een schuld een maximale looptijd van 30 jaar hebben. Op de vraag wat de prognoses zijn voor de staatsschuld op middellange termijn, zegt de AG dat er op basis van de Wet op de Staatsschuld, waarbij de staatsschuld in BBP-verhouding wordt uitgedrukt, dit afhankelijk is van enkele economische indicatoren. Een daarvan is de koersontwikkeling. We hebben in onze schuldportefeuille, met name binnen de buitenlandse schuld, verschillende valutacomponenten en bijbehorende wisselkoersen waarmee we rekening moeten houden, aldus de Administrateur-Generaal. Zij noemt onder meer de Chinese renminbi (vanwege de schuld bij het Aziatisch land). De Renminbi is de officiële munteenheid van de Volksrepubliek China. Verder verwijst Soentik naar de schuld bij het IMF, die in SDR (Special Drawing Right) luidt, evenals naar schulden in euro’s en Amerikaanse dollars. Al deze valuta’s moeten worden omgerekend en hebben, volgens de functionaris, een wisselkoersimpact. “Waardoor we maandelijks ook dealen met koersverschillen”, zegt de AG.

Verder speelt volgens de Administrateur-Generaal ook het BBP een rol. Ze benadrukt nogmaals dat conform de Wet op de Staatsschuld het Bureau voor de Staatsschuld het BBP van het ABS moet gebruiken. “En het komt achteraf uit, waardoor jaarlijks het BBP gaat veranderen en ook de hele schuld-BBP-ratio.” Verder hebben volgens de AG ook de trekkingen en aflossingen die het schuldtotaal opbouwen, impact. “Alle trekkingen worden opgeteld en alle aflossingen worden afgetrokken”, verduidelijkt Soentik. Belangrijk is ook dat het Bureau voor de Staatsschuld de staatsschuld blijft monitoren en coördineren om wederom op de wettelijk vastgestelde schuld-BB-ratio van 60% te komen. “Dat is onze taak en dat doen we”, aldus de Administrateur-Generaal.