
Het schooljaar 2025-2026 loopt met nog enkele weken te gaan, ten einde. Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur spreekt van een overwegend positief schooljaar, maar erkent dat hardnekkige uitdagingen, zoals het tekort aan schoollokalen en leerkrachten, nog altijd de nodige aandacht vragen. Een belangrijke prioriteit is volgens de onderwijsbewindsman een goede voorbereiding, wat moet zorgen voor een ordelijke start van het komende schooljaar.
In een vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname op maandag 27 juli benadrukt minister Currie dat naast voldoende klaslokalen en leerkrachten, ouders gevraagd worden hun kinderen uiterlijk 15 september aan te melden voor plaatsing op school. Leerlingen die na die datum worden aangemeld, zullen wel worden geplaatst, maar niet gegarandeerd per 1 oktober. “Wij moeten tijdig weten hoeveel leerlingen er per school zijn. Op basis daarvan bepalen we hoeveel leerkrachten en klaslokalen nodig zijn. Dat kun je niet op het laatste moment organiseren”, verduidelijk de bewindsman.
Ouders kunnen hun kinderen op drie manieren aanmelden: digitaal, rechtstreeks via de school of op een van de locaties van het ministerie. Volgens de onderwijsminister vormden vooral het tekort aan schoollokalen in het zuiden van het land en het aanhoudende lerarentekort de grootste knelpunten van het afgelopen schooljaar. Minister Currie verwacht dat vooral het tekort aan leerkrachten voorlopig een uitdaging zal blijven. “De honorering van de leerkrachten is nog niet waar die moet zijn. Daarom blijven we zoeken naar oplossingen. Een van die oplossingen ligt in de verdere ontwikkeling van digitaal onderwijs.”
Ondanks de bestaande uitdagingen verwacht de minister dat het nieuwe schooljaar zowel in stad als district op 1 oktober van start kan gaan. Hij wijst erop dat dit ook vorig jaar is gelukt; al zorgde het lerarentekort ervoor dat niet alle leerlingen dagelijks onderwijs konden volgen. Om het tekort aan schoollokalen terug te dringen is inmiddels een project gestart waarbij 58 scholen worden gerenoveerd of uitgebreid met nieuwe lokalen. Omdat de bouwtijd langer is dan gewenst, wordt ook gekeken naar tijdelijke oplossingen, zoals het plaatsen van containers als leslokalen.
Ten aanzien van de recente onderwijsvernieuwingen, waaronder de invoering van een derde studierichting, benadrukt minister Currie dat grote veranderingen zorgvuldig moeten worden voorbereid. Hij verwijst naar het onlangs gehouden onderwijscongres, waar breed is gesproken over de toekomst van het Surinaamse onderwijs. Volgens de minister zullen eventuele onderwijsvernieuwingen altijd beginnen met een pilot. “De dragers van het onderwijssysteem zijn onze leerkrachten. Als je iets wilt vernieuwen, moet je hen daarin meenemen. Daarom zullen er in het schooljaar 2026-2027 geen resoluut grote veranderingen worden doorgevoerd.”
De onderswijsminister erkent dat de aantrekkelijkheid van het beroep verbeterd moet worden. Volgens hem zijn inmiddels enkele secundaire arbeidsvoorwaarden aangepast en voert de regering via het Onderhandelingsorgaan van de Overheid gesprekken met de onderwijsbonden en andere vakorganisaties over verdere verbeteringen. Hoewel niet alle wensen direct gerealiseerd kunnen worden – vanwege de financiële mogelijkheden – van de overheid, verwacht de bewindsman dat de positie van leerkrachten geleidelijk zal verbeteren naarmate de staatsinkomsten toenemen.