Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Kabinet van de President

Overheid kan alleen bemiddelen en randvoorwaarden scheppen bij spanningen rijstsector

De spanningen binnen de rijstsector blijven een belangrijk aandachtspunt voor de regering. Volgens minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) is dit een kwestie waarin de regering slechts kan bemiddelen door randvoorwaarden te creëren, maar de issues moeten primair door de actoren die opereren binnen de sector, opgelost worden.

“Doordat de zaak geliberaliseerd is, open markt, bepalen wij als ministerie geen opkooppadieprijs. Dat is een zaak tussen de boer en de verwerker, het is een open markt, vraag en aanbod.” Dit stelde de minister op maandag 23 maart 2026 in een vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS).

Volgens minister Noersalim is er al geruime tijd sprake van een discrepantie tussen wat boeren nodig hebben en wat opkopers kunnen betalen. Om deze kloof te verkleinen, heeft de overheid een bemiddelende rol op zich genomen. Tijdens gesprekken tussen producenten en opkopers werd aanvankelijk een prijs van SRD 350 tot SRD 400 genoemd. “Wij hebben toen ook gezeten met de opkopers, en die bedragen lagen in de orde van SRD 450, SRD 500 en SRD 550, afhankelijk van de kwaliteit”, aldus de bewindsman.

Hoewel deze prijzen niet door de overheid zijn vastgesteld, bleek volgens minister Noersalim dat deze in de praktijk niet altijd werden gehanteerd. De regeringsfunctionaris benadrukte dat het oplossen van de spanningen primair de verantwoordelijkheid is van de betrokken partijen zelf. “Het zijn twee actoren die aan tafel moeten gaan.” Hij gaf aan dat het ministerie eerder al het initiatief heeft genomen om de verschillende schakels in de keten samen te brengen. Met betrekking tot ontevreden boeren gaf minister Noersalim aan dat de protesten niet afkomstig waren van de officiële organisatie waarmee het ministerie in gesprek is.

De overheid heeft daarnaast concrete ondersteuning geboden, zoals het beschikbaarstellen van 3,5 ton zaaizaad via het Anne van Dijk Rijst Onderzoekscentrum Nickerie (ADRON) en het verstrekken van een zak ureum per hectare. Opvallend is dat niet alle boeren gebruik hebben gemaakt van het beschikbare zaaizaad. Voor de komende periode wordt gekeken naar extra ondersteuning, zoals mogelijk een extra zak ureum bij grote prijsverschillen. Het doel van deze maatregelen is om de productie te verhogen en de sector uit de huidige moeilijke situatie te helpen.

Volgens de bewindsman is er binnen de sector wel degelijk bewustzijn over de onderlinge afhankelijkheid. “De opkopers zijn ervan bewust dat als de padieboeren over de kop gaan, ze ook een probleem hebben. Ook de verwerkers en exporteurs zullen een probleem hebben.” Toch moet deze awareness zich volgens hem nog vertalen in concrete resultaten in de praktijk.

Minister Noersalim geeft aan dat de regering vanuit haar rol een interdepartementale benadering hanteert, waarbij alle belanghebbenden en actoren worden betrokken bij het oplossen van de uitdagingen binnen de rijstsector. In samenwerking met verschillende ministeries ligt de focus op randvoorwaarden zoals infrastructuur, irrigatie, drainage en het operationeel houden van voorzieningen zoals het Wakai-pompgemaal. Daarnaast wordt ingezet op essentiële productiefactoren zoals water, meststoffen en zaaizaad.

Tegelijkertijd wordt ingezet op het versterken van het ADRON met nieuwe labapparatuur en extra terrein voor onderzoek en het inhalen van een totale achterstand in onderhoud, onder meer met steun van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) voor herstel van waterschappen. De minister benadrukt dat het herstel van de sector een gedeelde verantwoordelijkheid is, waarbij de overheid ondersteuning biedt en boeren zelf hun kavelsloten moeten onderhouden.