
Suriname heeft toegezegd noodhulp te leveren aan Jamaica, dat in oktober vorig jaar zwaar werd getroffen door orkaan Melissa. President Jennifer Simons deed de toezegging tijdens de Caricom-vergadering van staatshoofden in St. Kitts en Nevis. Inmiddels is een hulpzending voorbereid door het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing (NCCR). De container vertrekt naar verwachting op 25 februari 2026.
Volgens NCCR-coördinator Jerry Slijngard gaat het om een omvangrijke zending met vooral lang houdbare voedselproducten en basisgoederen. “De president heeft aangegeven dat Suriname naar vermogen een bijdrage zou leveren. We hebben daarop de opdracht gekregen om een noodhulpzending voor te bereiden, iets wat we als NCCR vaker doen voor getroffen zusterlanden”, aldus Slijngard.
De hulp bestaat uit een 40-voetcontainer met onder meer circa 12 ton rijst, bloem, diverse pastasoorten en hygiëneproducten zoals pampers en tandenborstels. De goederen zijn gedoneerd door verschillende bedrijven en organisaties, waaronder de Lions Clubs. “We zijn begonnen met een 20-voetcontainer, maar dankzij de vele donaties konden we opschalen naar een 40-voetcontainer”, zei Slijngard. Dit laat volgens hem zien dat de Surinaamse gemeenschap en het bedrijfsleven bereid zijn te helpen wanneer anderen in nood zijn.
Vooraf zijn alle logistieke en kwaliteitscontroles uitgevoerd, inclusief certificering via het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. De container vertrekt naar verwachting op 25 februari 2026 en zal rond 7 maart in Jamaica aankomen. Slijngard erkent dat sommige burgers zich afvragen waarom hulp naar het buitenland gaat terwijl er ook lokale uitdagingen zijn. “We begrijpen die gevoelens”, zei hij. “Maar Surinamers staan erom bekend dat zij, zelfs als ze zelf weinig hebben, toch delen met anderen die door natuurrampen zijn getroffen. Daarom hebben we bewust gekozen om bedrijven om sponsoring te vragen in plaats van een publieke inzamelingsactie.”
Naast internationale noodhulp werkt het NCCR aan diverse projecten in Suriname, waaronder rampentrainingen in districten, verbetering van het nationale noodmagazijn en samenwerking met internationale organisaties rond risicobeperking en vroegtijdige waarschuwing bij rampen. “Er gebeurt veel tegelijk. Maar onze kern blijft: klaarstaan om mensen te helpen wanneer dat nodig is.”