Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on linkedin
LinkedIn

Ministerie van Arbeid, Werkgelegenheid en Jeugdzaken

Slavernij heeft weg geëffend voor Decent Work ‘zonder keten’

In verband met Keti-Koti staat het ministerie van Arbeid Werkgelegenheid & Jeugdzaken (AWJ)

stil bij de strijd van degenen die met moed en doorzettingsvermogen hebben gestreden voor vrijheid en gelijkheid en die daarmee de weg hebben geëffend voor Decent Work in ons land.

Het ministerie erkent dat de strijd van de tot slaaf gemaakte personen fundamenteel is geweest voor wat wij tot nu toe hebben bereikt op het vlak van arbeidsrechten, sociale zekerheid en betere arbeidsomstandigheden. Decent Work was toen slechts aanwezig in de fantasie, verbeelding en in de fictionele wereld van onze voorouders. Hun buitengewone verbeeldingskracht en voorstellingsvermogen over een rechtvaardige toekomst maakten dat ze dwangarbeid, frustratie, vernedering en onderdrukking hebben kunnen overleven. Hun fantasie over een ‘slavernij zonder keten’, is met Decent Work vandaag de dag min of meer werkelijkheid geworden voor de nazaten, ondanks dat delen van hen nog een harde strijd leveren tegen armoede.

Hoewel de slavernij een donkere periode in de Surinaamse geschiedenis vertegenwoordigt, heeft het ook de weg geëffend voor een bredere erkenning van de rechten van arbeiders en de noodzaak van Decent Work. De huidige beroepsbevolking profiteert van de strijd van onze voorouders tegen slavernij, want hun strijd heeft vast en zeker bijgedragen aan de ontwikkeling van wet- en regelgeving die vandaag de dag helpt om de waardigheid, veiligheid en rechtvaardigheid van arbeid te waarborgen. Dit voortdurende streven naar betere arbeidsomstandigheden is een eerbetoon aan degenen die hebben geleden en gevochten voor hun vrijheid en rechten. Het moderne arbeidsrecht is in veel opzichten ontwikkeld als reactie op de historische praktijk van slavernij en andere vormen van dwangarbeid zoals indentured labour na afschaffing van de slavernij.

Het ministerie noemt de laatste twee aangenomen arbeidswetten als voorbeeld om te illustreren hoe de strijd tegen de slavernij in de hedendaagse praktijk de weg heeft geëffend voor de huidige beroepsbevolking. De bedoelde wetten zijn ‘Gelijke Behandeling Arbeid’ en ‘Geweld en Seksuele Intimidatie Arbeid’. Deze wetten spelen een cruciale rol in de strijd tegen moderne vormen van uitbuiting, waaronder praktijken die vergelijkbaar zijn met slavernij. Afgezien van het feit dat slavernij een systeem was van gedwongen arbeid, waren seksuele intimidatie, misbruik en geweld een alledaags instrument van controle en disciplinering in slavernij. De bedoelde wetten zijn essentiële instrumenten in een bredere strijd tegen dwangarbeid. Ze dragen bij aan de bescherming van de rechten van werknemers, bevorderen gelijke behandeling en veiligheid op de werkplek, en helpen bij het voorkomen van uitbuiting en misbruik. Zo werkt het ook met de overige arbeidswetten die zorgen voor een rechtvaardige en veilige werkomgeving, en hiermee de basis leggen voor het elimineren van moderne slavernijpraktijken en het bevorderen van waardig en fatsoenlijk werk voor iedereen.

Afgezien van de werkende klasse, profiteren ook jongeren op verschillende manieren van de strijd die hun voorouders hebben geleverd tegen de slavernij. Zo hebben jongeren nu toegang tot kwalitatief onderwijs, terwijl vroegtijdige schoolverlaters, sociaal zwakke jongeren, kwetsbare- en risicojongeren toegang hebben tot gratis vakonderwijs om de sociale afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Ook hebben zij nu een stem op bestuurlijk niveau en kunnen daarom invloed uitoefenen op beleidsbeslissingen die hun leven beïnvloeden. Voorts kunnen zij nu deelnemen aan het politieke proces, mogen stemmen en zelfs bestuurlijke functies bekleden. Bent u ervan bewust dat deze ontwikkelingen, slechts aanwezig waren in de fantasie, verbeelding en in de fictionele wereld van onze voorouders?

Paramaribo, 28 juni 2024

Communicatie Unit

Ministerie van Arbeid Werkgelegenheid & Jeugdzaken

Minister Steven Mac Andrew en personeelsleden van het ministerie gestoken in traditionele klederdracht in verband met Keti-Koti.