Het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) en het United Nations Development Programme (UNDP) hebben in oktober en november een reeks validatiegesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van binnenlandse gemeenschappen. Dit, als essentieel onderdeel van het JET-programma voor duurzame energievoorziening. Tijdens deze gesprekken is de eerder verzamelde informatie getoetst om te verzekeren dat de daarop voorgestelde oplossingen aansluiten bij de werkelijke behoeften en verwachtingen van de betrokken gemeenschappen.
De validatiesessies vonden plaats op 22 oktober, 14 en 19 november, en dienden om het lopende proces binnen het JET Joint Programme zorgvuldig terug te koppelen aan de geselecteerde gemeenschappen. In deze sessies werden het technisch ontwerp en het kostenrapport gepresenteerd, waarna samen met dorpshoofden en lokale vertegenwoordigers de data stap voor stap werd doorgenomen. Door deze gezamenlijke verificatie is niet alleen de juistheid van de informatie bevestigd, maar ook het draagvlak voor de voorgenomen energietransitie versterkt.
Voorafgaand aan de validatie verzorgden Valerie Lalji, directeur Energie van NH, en Viren Ajodhia, directeur van het bedrijf Economy Energy Consultancy (EEC), een reeks toespraken en presentaties. Lalji lichtte de drie opeenvolgende stappen binnen het validatieproces toe: het verkrijgen van toestemming van traditionele gezagsdragers, het verzamelen en verwerken van informatie, en ten slotte de gezamenlijke verificatie met de gemeenschappen. Ajodhia gaf aanvullende technische toelichting over de werking van het energiesysteem, waaronder het gebruik van prepaid meters, de tariefstructuur en de toekomstige beleidsvorming voor energievoorziening in het binnenland.
Met de afgeronde validatiefase ligt de basis stevig voor de verdere uitvoering van het duurzame energieproject voor het binnenland, genaamd JET. De vervolgstap binnen het JET-programma is volgens Lalji de formele indiening van marktklare en financierbare energietransitievoorstellen ter goedkeuring aan financierders van de overheid voor uitvoering. In totaal worden binnen het project 21 dorpen meegenomen, verspreid over de gebieden Brokopondo, Boven-Suriname, Boven-Coppename, Tibiti, Boven-Saramacca en Tapanahony.
