Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij

Liba kwie als visworst verrast bezoekers Agrarische beurs

Om de populatie van de als liba kwie bekende vissoort tot beheersbare proporties terug te brengen, heeft het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) een oplossing, bedacht. “We moeten het massaal opeten en ervoor zorgen dat er altijd een open seizoen is,” zegt LVV-minister Mike Noersalim.

Samen met ondernemers is het initiatief genomen om deze vissoort te gebruiken voor de productie van visworst en visballetjes. De reacties zijn overweldigend. Mensen die proeven raken niet uitgesproken over de smaak.  “Laten we het gewoon massaal vangen. Het is een heel lekkere vissoort,” zegt de bewindsman.

Minister Noersalim werd eerder geconfronteerd met de schade die de liba kwie kan veroorzaken. Deze vis staat erom bekend grote gaten te maken in dammen, waardoor het risico op wegverzakkingen groter wordt. Daarnaast verdrijft de invasieve liba kwie de populatie van andere vissoorten. In de Boomskreek heeft de liba kwie de tilapia al verdreven.

Samen met zijn collega Stephen Tsang van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) heeft hij diverse oplossingsmodellen besproken. Er is gekeken naar oplossingen waarbij de liba kwie niet meer in grote mate vernietigingen kan aanbrengen.

Minister Noersalim is geen voorstander van het opruimen van de liba kwie door chemische middelen te gebruiken, die vaak ook nog eens giftig zijn. Massaal vangen en opeten is volgens hem de beste optie.

De visworst is een van de vele producten waarmee bezoekers kennis kunnen maken op de Agrarische Beurs. Dit evenement duurt tot en met zondag 3 mei in het KKF-centrum. De Beurs heeft als doel de verschillende actoren, de totale waardeketen van de agrarische sector, bij elkaar te brengen. Er wordt een platform geboden aan vele producenten, ondernemers en farmers, om te laten zien wat ze allemaal in staat zijn te doen.

Minister Noersalim wijst erop dat binnen de agrarische sector er nooit maar één speler centraal zal zijn. LVV heeft zijn rollen, waaronder faciliterend, dienstverlenend, regulerend, en ervoor zorgen dat wetten in place zijn. Het is de bedoeling dat zowel de publieke als private sector hun deel doen. Maar door de lokale productie komt men niet alleen tot een stukje economische ontwikkeling voor het individu, maar ook voor Suriname als land. Het gevolg is meer export en meer productieverwerking.

De bewindsman stelt dat er voldoende animo is om volgend jaar opnieuw een agrarische beurs te organiseren. Doorgaans is er sprake van om en bij 60 bedrijven, maar aan deze beurs doen bijkans 200 bedrijven mee. Daartoe behoren ook onderzoeksinstituten en trainingsinstituten, toeleveranciers en producenten van onder andere bosbijproducten.

“We gaan de versnelde agrarische ontwikkeling niet in ons eentje kunnen doen. Het is niet LVV alleen, die heeft een beleidsbepalende rol, maar alle deelnemers op de beurt zijn actoren die van belang zijn om samen met het ministerie de sector te ontwikkelen,” aldus minister Noersalim.