De Kustwacht van Suriname werkt gericht aan het volledig herstel van haar operationele capaciteit in 2026. De tijdelijke afwezigheid van reguliere patrouilles in de afgelopen maanden is het gevolg van een achterstand in het onderhoud van de vaartuigen.
Het onderhoudstraject is inmiddels opgestart. De Franse scheepsbouwer OCEA zal op korte termijn beginnen met de noodzakelijke werkzaamheden. De verwachting is dat de vloot eind maart of begin april 2026 weer volledig operationeel is, met de mogelijkheid dat één vaartuig eerder wordt ingezet.
Zodra de vaartuigen weer beschikbaar zijn, hervat de Kustwacht haar handhavings- en controletaken. De prioriteit ligt bij de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereguleerde visserij (IUU fishing), met bijzondere aandacht voor de oostelijke maritieme zone van Suriname.
In samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BIZA) wordt gewerkt aan een actieplan voor 2026 met acht strategische speerpunten. De focus ligt op de implementatie van het goedgekeurde formatieplan en het afronden van de eerste fase van de financiële verzelfstandiging, beide met een deadline van 30 juni 2026.
Op korte termijn vragen onder meer de versterking van de ICT-capaciteit, de uitvoering van het trainingsprogramma en de borging van operationele budgetten extra aandacht.
De Kustwacht hanteert een toekomstvisie tot 2030, met plannen voor uitbreiding van de infrastructuur, waaronder een nieuw directiegebouw en magazijn op het terrein van de MAS, evenals steunpunten in Nickerie en bij Coppenamepunt (Boskamp). Ook wordt gewerkt aan de aanschaf van nieuwe Offshore Patrol Vessels (OPV’s) en Offshore Support Vessels (OSV’s), met langdurige onderhoudscontracten om de inzetbaarheid te waarborgen.
Ondanks het onderhoud aan de eigen vloot blijven de Surinaamse wateren bewaakt. In samenwerking met de Marine van het Nationaal Leger, waaronder de inzet van de RSS Barracuda, en met ondersteuning vanuit de lucht via Omni Helicopters, blijft toezicht en controle op zee gegarandeerd.