Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij

LVV zet in op verwerking van grondstoffen tot eindproducten

Het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) werkt hard aan het creëeren van afzetmogelijkheden voor de gewassen die in Suriname worden verbouwd. De verwerking van deze gewassen van grondstof tot eindproduct is één van de beleidspunten waar LVV de komende tijd grote prioriteit aan geeft.

Om adequaat invulling te kunnen geven aan dit beleidsvoornemen, is het noodzakelijk dat de afdeling Landbouwonderzoek en Verwerking wordt versterkt. “Wil je die taken als ministerie goed uitvoeren, dan moet je ook equipped zijn, maar veel kader is in de afgelopen jaren weggetrokken. De uitdaging is dus om het aanwezige kader te behouden”, zegt minister Mike Noersalim van LVV.

De bewindsman stelt dat er daarnaast middelen moeten zijn om te werken. Tegelijkertijd moet er een constante dialoog plaatsvinden met de sector. Er moet een goede samenwerking zijn om signalen tijdig op te vangen. In dit kader zijn er gesprekken geweest met de boeren in Nickerie. “We gaan geen symptoombestrijding doen. We kijken naar randvoorwaarden die gecreëerd moeten worden. Afzetmogelijkheden en verwerking zijn prioriteit.”

Minister Noersalim gaf als voorbeeld dat Suriname aan de ene kant rijst exporteert, maar anderzijds producten zoals rijstnoodles en rijstwafels invoert. Hij benadrukt dat Suriname moet afstappen van haar huidige positie als grondstoffenleverancier en zelf ook eindproducten moet hebben. “Aan voedsel is er altijd behoefte. Kennis over voedselverbouwing en de verwerking daarvan zal onontbeerlijk zijn. Daarbij moeten we rekening houden met klimaatverandering.”  

Ondernemers die deze factoren in acht nemen en willen investeren in de agrosector, kunnen onder andere terecht bij het Nationaal Ontwikkelingsfonds Agribusiness (NOFA). Het nieuwe NOFA-bestuur heeft de opdracht gekregen om bij het toekennen van fondsen ook rekening te houden met de landelijke spreiding. Het is niet de bedoeling dat agro-ondernemers van een bepaald gebied alleen in aanmerking komen. Er moet een objectieve beoordeling plaatsvinden, zegt de bewindsman.

“Er zijn heel veel ondernemers in bepaalde distrciten die eerder niet in aanmerking waren gekomen voor een NOFA-lening, maar we hebben gemerkt dat ze daadwerkelijk iets kunnen doen. Ze hebben potentie, maar dat duwtje in de rug is hard nodig,” stelt de minister. Hij benadrukt dat kapitaal een van de voorwaarden is om te komen tot een versnelde ontwikkeling van de agrarische sector. Maar als boeren moeten lenen tegen een rente van 18%, dan wordt het moeilijk. Een rentepercentage van 5-7% zoals NOFA hanteert, is echter wel redelijk.

Inmiddels heeft president Jennifer Simons goedkeuring gegeven voor de optopping van het NOFA-fonds. “We gaan voor een integrale aanpak. Wil je de sector boossten, dan is niet alleen financiering hard nodig, maar ook kennis van de veranderende wereld, waarin steeds meer nieuwe technieken worden geintroduceerd, ook binnen de agrarische sector. Er is hoop en de mensen willen. En als de mensen willen, dan is er een weg”, aldus minister Noersalim.