De ministeries van Regionale Ontwikkeling (RO) en Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV)
willen gezamenlijk viskwekerijen opzetten in verschillende gemeenschappen in het binnenland.
Daarmee willen zij alternatieve voedselbronnen creëren voor gebieden waar visserij een
belangrijke rol speelt in de voedselvoorziening. Pikin Saron is een van de locaties waar op korte
termijn kan worden gestart. Ook Santigron, Pikin Poika en andere omliggende dorpen worden als
mogelijke locaties bekeken. LVV-minister Mike Noersalim bracht op maandag 14 september een
werkbezoek aan zijn collega Miquella Huur van RO, met wie de plannen zijn besproken.
De samenwerking op het gebied van aquacultuur krijgt extra betekenis tegen de achtergrond van
de recente vervuiling van viswateren. Minister Noersaliem gaf aan dat LVV wil beginnen met
het trainen van bewoners, waarna viskweektanks kunnen worden opgezet. In eerste instantie
wordt gedacht aan de kweek van tilapia en tambaki. Minister Huur gaf aan dat ook vanuit het
traditioneel gezag belangstelling bestaat voor alternatieven, omdat vis voor verschillende dorpen
een belangrijke voedselbron is.
Ook de teelt van hooglandrijst wordt verder uitgebreid. Directeur Landbouw, Veeteelt en Visserij
Nicolaas Pinas gaf aan dat momenteel in Pokgron vijf hectare hooglandrijst wordt verbouwd. Het
streven is om hiervan nicheproducten te maken, zonder te concurreren met de traditionele
rijstbouw in Nickerie. Directeur van het Directoraat Agrarische Ontwikkeling Binnenland,
Hermien Pavion, gaf aan dat RO de teelt verder wil stimuleren en uitkijkt naar de start van
pilotprojecten op vier andere locaties.
Volgens minister Huur wordt er in het binnenland wel degelijk geproduceerd, maar moet de
productie worden uitgebreid en beter worden georganiseerd. RO wil daarom in 2027 verder
inzetten op het trainen van boeren en het verbeteren van opslag, transport en afzet. Hoge
transportkosten maken het voor producenten uit het binnenland moeilijk om concurrerend te zijn.
De samenwerking met LVV moet bijdragen aan het aanpakken van deze knelpunten. Ook
cassave, markoesa, groenten en de verdere verwerking van landbouwproducten worden
meegenomen.
Om de samenwerking structureel vorm te geven, heeft minister Noersaliem voorgesteld een
interdepartementale werkgroep van RO en LVV in te stellen. Deze moet gezamenlijke projecten
begeleiden, knelpunten in kaart brengen en aan beide ministers rapporteren. Volgens beide
bewindslieden moet het bundelen van kennis, middelen en projecten uiteindelijk leiden tot meer
lokale productie, betere afzetmogelijkheden en een sterkere voedselvoorziening in Suriname, ook
in het binnenland.