Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Ministerie van Regionale Ontwikkeling

Minister Huur wil grondenrechtenconferentie in 2027

Minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling (RO) wil dat er in 2027, in het kader van de herdenking van de Dag der Marrons, een grondenrechtenconferentie wordt georganiseerd. Volgens de bewindsvrouw is het van groot belang dat de collectieve rechten van de marrongemeenschappen wettelijk worden beschermd. Zij deed dit voorstel op zaterdag 10 oktober tijdens de officiële herdenking van de Dag der Marrons bij het Monument van 10 oktober.

Ook president Jennifer Geerlings-Simons stond tijdens de herdenking stil bij het grondenrechtenvraagstuk. Het staatshoofd gaf aan dat zowel de grondenrechten als het principe van Free, Prior and Informed Consent (FPIC), oftewel vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming, de aandacht hebben van de regering. Hiermee wordt onder meer het belang benadrukt van het tijdig informeren en betrekken van gemeenschappen bij besluiten die hen raken.

Nalatenschap van de voorouders behouden

Minister Huur benadrukte tijdens haar toespraak dat Marrondag niet alleen een moment van herdenking is, maar ook van bezinning over de toekomst. Zij stond stil bij de moed en strijd van de voorouders, die hun vrijheid bevochten en een eigen samenleving, bestuurssysteem en rijke culturele tradities opbouwden.

Volgens de minister is het belangrijk dat het materiële en immateriële erfgoed, dat van generatie op generatie is overgedragen, behouden blijft. Tegelijkertijd moet er verder worden gebouwd aan de ontwikkeling van de marrongemeenschappen. Die vooruitgang moet volgens haar ook zichtbaar zijn in de dorpen en wijken.

President Geerlings-Simons benadrukte dat slechts een klein deel van de geschiedenis van de Marrons in boeken is vastgelegd. Volgens haar gaat deze geschiedenis veel verder terug dan de periode van slavernij en verdient zij meer aandacht. Het staatshoofd herinnerde eraan dat vrijheid niet vanzelf wordt gegeven, maar het resultaat is van strijd en opoffering.

Ook de voorzitter van De Nationale Assemblée, Ashwin Adhin, stond stil bij het belang van het Marronerfgoed. Hij verwees naar een tembé-kunstwerk dat in een museum in Los Angeles wordt tentoongesteld. Volgens Adhin toont dit aan dat het culturele erfgoed van de Marrons niet alleen in Suriname, maar ook internationaal erkenning krijgt.

Meer aandacht voor ontwikkeling binnenland

Leo Atomang, voorzitter van Stichting 10 oktober 1760, pleitte tijdens de herdenking voor meer concrete resultaten op het gebied van duurzame ontwikkeling in het binnenland. Volgens hem moet een belangrijke dag als Marrondag ook worden aangegrepen om stil te staan bij de vooruitgang die de marrongemeenschappen nodig hebben.

Als voorbeeld noemde Atomang de aanleg van wegen vanuit Paramaribo naar Boven-Marowijne en Boven-Suriname. Een betere bereikbaarheid kan volgens hem bijdragen aan de verdere ontwikkeling van deze gebieden.

Minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken benadrukte dat Marrondag ook een moment van bezinning moet zijn. Volgens hem is het belangrijk dat zowel de marrongemeenschappen als de regering duidelijk voor ogen hebben welke richting zij op willen met de ontwikkeling van het binnenland.

Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) gaf aan dat deze bijzondere dag eveneens benut moet worden om stil te staan bij menselijkheid, gelijkwaardigheid en medeburgerschap.

Eenheid als basis voor vooruitgang

Een belangrijke boodschap die tijdens de officiële herdenking door verschillende sprekers werd benadrukt, was het belang van eenheid binnen de marrongemeenschappen.

President Geerlings-Simons riep op om eerst de onderlinge eenheid te versterken, zodat gezamenlijk kan worden gewerkt aan duurzame ontwikkeling. Ook minister Bee benadrukte dat eenheid niet alleen in woorden, maar vooral in het handelen tot uiting moet komen. Volgens hem kunnen zonder samenwerking geen concrete resultaten worden bereikt.

Atomang sloot zich hierbij aan en benadrukte dat eenheid de basis vormt voor vooruitgang. Door gezamenlijk op te trekken, kunnen de marrongemeenschappen volgens hem hun positie versterken en bouwen aan een betere toekomst.