
Op dinsdag 09 juni 2026 heeft minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking het Verenigde Naties (VN) jaarlijks resultatenrapport over Suriname 2025 ontvangen uit handen van Joanna Kazana, de VN-residentcoördinator voor Suriname, Trinidad and Tobago, Aruba, Curaçao en St. Maarten. Minister Bouva sprak zijn waardering uit voor de Verenigde Naties en de langdurige partnerschap van meer dan vijftig jaar en de bijdrage in de bevordering van mensenrechten, rechtvaardigheid, duurzame ontwikkeling en het welzijn van de Surinaamse bevolking.

De bewindsman onderkende dat de complexere mondiale omgeving ook uitdagingen meebrengt waaronder conflicten in diverse regio’s, stijgende levenskosten, klimaatverandering en de verstrekkende gevolgen daarvan, economische onzekerheid en de toenemende druk op ontwikkelingsfinanciering die landen als Suriname blijven beïnvloeden. “Deze realiteit onderstreept het belang van internationale samenwerking en de blijvende relevantie van multilaterale instellingen zoals de Verenigde Naties”, zei de minister.

De minister memoreerde eveneens dat onder leiding van president Jennifer Simons een vernieuwd ontwikkelingspad was ingeslagen en dat zij consequent erop heeft gewezen dat ontwikkeling inclusief, duurzaam en mensgericht moet zijn, dat economische groei alleen niet genoeg is en dat groei zich moet vertalen in een betere levensstandaard, meer kansen voor jongeren en grotere veerkracht voor toekomstige generaties.
Minister Bouva benadrukte de gestelde prioriteiten waaronder ten eerste economische diversificatie en sociale vooruitgang; ten tweede decentralisatie; ten derde digitalisering met het oog op effectiviteit, efficiëntie, transparantie en toegankelijkheid en verbetering van openbare diensten; ten vierde jeugdontwikkeling, omdat de toekomst van Suriname afhangt van de kansen die vandaag worden gecreëerd voor jongeren; en ten vijfde de ontwikkeling van de olie- en gassector en de inkomsten in te kunnen zetten voor duurzame nationale ontwikkeling.
De minister gaf voorts aan dat hoewel de regering de technische expertise van het VN-systeem waardeert dat er eveneens ervoor moet worden gezorgd dat kennis en capaciteit binnen de nationale instellingen blijven. “We moedigen daarom een grotere inzet van nationale experts en ambtenaren aan bij het ontwerpen en uitvoeren van programma’s en projecten. Deze aanpak versterkt de duurzaamheid, het institutioneel geheugen en de impact op de lange termijn”, bepleitte minister Bouva.
Tot slot onderstreepte de bewindsman het belang van de coördinerende rol van het ministerie om coherentie, afstemming en strategische impact op alle samenwerkingsgebieden te waarborgen. “Door regelmatige dialoog en samenwerking kunnen we ervoor zorgen dat internationale steun effectief aansluit op de nationale prioriteiten en bijdraagt aan onze gezamenlijke doelstellingen”, aldus de minister.
