Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Ministerie van Olie, Gas en Milieu

BIOFIN-validatieworkshop zet koers uit voor duurzame biodiversiteitsfinanciering in Suriname

Het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) heeft in samenwerking met het United Nations Development Programme (UNDP) op woensdag 19 augustus 2026 een validatieworkshop gehouden over de resultaten van het Biodiversity Finance Initiative (BIOFIN). Tijdens de bijeenkomst in het Emporium Business Center werden vier kernanalyses besproken die samen richting geven aan een meer samenhangende en duurzame financiering van biodiversiteit in Suriname.

BIOFIN ondersteunt landen bij het in kaart brengen van biodiversiteitsuitgaven, financieringsbehoeften en mogelijke oplossingen om natuurbehoud, duurzaam gebruik en herstel structureel te financieren. Voor Suriname is dit van bijzonder belang. Biodiversiteit is nauw verbonden met voedselzekerheid, bestaansmogelijkheden, bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering en de kwaliteit van leven van huidige en toekomstige generaties.

De workshop bood stakeholders gelegenheid om de voorlopige bevindingen, aannames en aanbevelingen te toetsen. Het ging om de Policy and Institutional Review (PIR), de Biodiversity Expenditure Review (BER), de Financial Needs Assessment (FNA) en het voorlopige Biodiversity Finance Plan (BFP).

De PIR brengt in beeld hoe nationale beleidsdocumenten, wet- en regelgeving en instellingen zich verhouden tot biodiversiteitsfinanciering. Daarbij staat de Nationale Biodiversiteitsstrategie en het Actieplan (NBSAP) centraal als kader voor bescherming, duurzaam gebruik, eerlijke verdeling van voordelen en versterking van randvoorwaarden zoals capaciteit, kennis, coördinatie en financiering. De analyse onderstreept dat biodiversiteit niet uitsluitend een milieuvraagstuk is: onder meer mijnbouw, olie en gas, landbouw, visserij, bosbouw, ruimtelijke ordening en infrastructuur hebben invloed op ecosystemen en vragen daarom om betere afstemming tussen sectoren.

De BER geeft een eerste overzicht van de overheidsuitgaven voor biodiversiteit in de periode 2020–2024. Gemiddeld werd in die periode ongeveer USD 6,4 miljoen per jaar voor biodiversiteit begroot, oftewel circa 0,4 tot 0,6 procent van de nationale begroting. De uitgaven zijn sterk geconcentreerd bij het ministerie dat verantwoordelijk is voor grondbeleid en bosbeheer (GBB) en het beleids- en milieudomein dat in de onderzoeksperiode onder ROM viel en inmiddels onder OGM ressorteert. Samen waren deze goed voor meer dan 84 procent van de in kaart gebrachte biodiversiteitsuitgaven.

De analyse laat ook zien dat er verbetering nodig is in het volgen van begrotingen en daadwerkelijke uitgaven. Volgens de voorlopige BER-resultaten werd 52 tot 62 procent van de begrote middelen daadwerkelijk besteed. Daarbij spelen onder meer vertraagde rapportage, onvolledige gegevens en onderuitputting een rol. Ongeveer 30 procent van de biodiversiteitslijnen in de nationale begroting wordt gefinancierd met donormiddelen. De workshop benadrukte daarom het belang van betere gegevenssystemen, het herkenbaar labelen van biodiversiteitsuitgaven in begrotingen en een betere afstemming van externe projecten op nationale prioriteiten. De bijdrage van de private sector moet nog verder in kaart worden gebracht.

De FNA berekent wat nodig is om de prioritaire acties uit de NBSAP 2024–2030 uit te voeren, aangevuld met de verwachte operationele kosten. Voor een periode van vijf jaar wordt de totale behoefte geraamd op USD 81,8 miljoen. Daarvan bestaat USD 43,3 miljoen uit kosten voor NBSAP-acties en USD 38,5 miljoen uit geprojecteerde operationele kosten. Uitgaande van een binnenlandse basisuitgave van circa USD 24,3 miljoen over vijf jaar resteert een voorlopige financieringskloof van USD 57,3 miljoen.

De analyse wijst erop dat vooral investeringen nodig zijn in bewustwording en kennis, duurzaam gebruik van biodiversiteit, planning en financiering, bioveiligheid, toegang tot en eerlijke verdeling van voordelen en bescherming van natuurgebieden. Voor de korte termijn ligt de nadruk op bewustwording, planning en duurzaam gebruik; op middellange termijn krijgen onder meer groene economie en herstel van ecosystemen meer aandacht.

Het voorlopige Biodiversity Finance Plan vertaalt deze bevindingen in mogelijke financieringsrichtingen. De visie is om inkomsten duurzaam vrij te maken door behoud, herstel en verantwoord beheer van Surinames natuurlijk kapitaal, waarbij de natuur ook als productief economisch kapitaal wordt benaderd. Het plan noemt onder meer koolstofmarkten en REDD+, de Tropical Forest Forever Facility, pilots met biodiversiteitscredits, schuld-voor-natuurconstructies, groene financiering, duurzaam natuurgericht toerisme, groene waardeketens en betere inzet van publieke middelen.

Bij de verdere uitwerking zijn inclusiviteit, betrokkenheid van inheemse en tribale volken, lokale gemeenschappen, ondernemers en financiële instellingen belangrijke uitgangspunten. Ook moeten duidelijke randvoorwaarden, goede governance, transparante monitoring en passende mechanismen voor eerlijke verdeling van voordelen worden versterkt.

De ontvangen feedback wordt verwerkt in de definitieve BIOFIN-documenten. In de komende periode start ook de betrokkenheid van de private sector en financiële instellingen. Verder is een tweedaagse bijeenkomst voorzien om nationale biodiversiteitsprioriteiten te bepalen en financieringsmechanismen daarop af te stemmen. De definitieve documenten zullen zowel in gedrukte vorm als digitaal beschikbaar worden gesteld.

Met deze validatieworkshop is een belangrijke stap gezet naar een gezamenlijke, onderbouwde aanpak voor biodiversiteitsfinanciering. De vervolgfase richt zich op het omzetten van de analyses in haalbare prioriteiten, betere samenwerking en concrete financieringsoplossingen voor de bescherming en het duurzaam gebruik van Surinames rijke biodiversiteit.