Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on linkedin
LinkedIn

Ministerie van Buitenlandse zaken, Internationaal Business en Internationale samenwerking

Ambassadeurs overhandigen geloofsbrieven; Surinaams profiel toegenomen

 Acht niet-residerende ambassadeurs hebben hun geloofsbrieven overhandigd aan president Chandrikapersad Santokhi. Dit gebeurde op donderdag 22 februari 2024 op het presidentieel paleis waar de afgezanten van Zimbabwe, Colombia, Zwitserland, Maleisië, Chili, Jamaica, Ierland en Sri Lanka hun opwachting hebben gemaakt bij president Chandrikapersad Santokhi. Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS) merkt op dat het profiel van Suriname internationaal is toegenomen.

De diplomaten Paul Chikawa (Zimbabwe), William Howard (Colombia), Gilles Roduit (Zwitserland), Gloria Tiwet (Maleisië), Hernán Montenegro (Chili), Natalie Campbell-Rodriguez (Jamaica), Fiona Flood (Ierland) en Sumith Dassanayake (Sri Lanka) hebben elk een onderhoud gehad met president Santokhi en minister Ramdin.

Volgens de BIBIS-minister is het gebruik dat jaarlijks op twee momenten niet-residerende ambassadeurs formeel hun geloofsbrieven overhandigen aan de president van de Republiek Suriname. Er wordt dan gesproken over de samenwerking tussen Suriname en het betreffende land, de politieke vraagstukken in de wereld, bilaterale verhoudingen, zakendoen en culturele uitwisseling. “De interesse van de landen in Suriname is een reflectie van het feit dat wij nu in de wereld gezien worden als een land dat mogelijkheden biedt. Ons profiel is enorm toegenomen en verbeterd in de wereld”, stelt minister Ramdin.

Hij geeft aan dat de interesse in Suriname mogelijkheden met zich meebrengt op het gebied van handel, investeringen, functionele samenwerkingen op verschillende gebieden zoals onderwijs, volksgezondheid en klimaatfinanciering. Minister Ramdin: “Dat alles helpt om duurzame ontwikkeling van het land te realiseren, wat bijdraagt tot het welzijn en welvaart van onze Surinaamse bevolking.”