Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Ministerie van Olie, Gas en Milieu

BIOFIN brengt financieringsbehoefte voor biodiversiteitsbehoud in Suriname in beeld

Het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) en het United Nations Development Programme (UNDP) hebben op 27 en 29 oktober 2026 een tweedaagse werksessie gehouden in het kader van het Biodiversity Finance Initiative (BIOFIN). Tijdens de bijeenkomsten stonden de financiering van biodiversiteitsbehoud en het bepalen van nationale prioriteiten centraal. Vertegenwoordigers van verschillende ministeries en overheidsinstanties, internationale organisaties, het bedrijfsleven, financiële instellingen en milieuorganisaties namen op de verschillende dagen aan de sessies deel.

De eerste dag was voornamelijk gericht op het informeren en betrekken van de private sector en financiële instellingen bij het BIOFIN-traject. Op de tweede dag lag de nadruk op het vaststellen van prioriteiten voor het behoud van de biodiversiteit. Daarbij werden zeven geselecteerde nationale biodiversiteitsdoelen besproken en beoordeeld.

Inzicht in de financiële behoefte
Binnen BIOFIN zijn vier analyses uitgevoerd om inzicht te krijgen in het beleid, de huidige uitgaven, de financiële behoeften en mogelijke financieringsmogelijkheden voor biodiversiteit. Het gaat om de Policy and Institutional Review (PIR), de Biodiversity Expenditure Review (BER), de Financial Needs Assessment (FNA) en een voorlopige Biodiversity Finance Plan (BFP).

Uit de analyse van de biodiversiteitsuitgaven blijkt dat er in de periode 2020–2024 gemiddeld ongeveer US$ 6,4 miljoen per jaar in de nationale begroting was opgenomen voor biodiversiteit. De ministeries GBB en OGM (voorheen ROM) waren samen verantwoordelijk voor ongeveer 84% van de in kaart gebrachte overheidsuitgaven aan biodiversiteit. Uit de analyse blijkt verder dat ongeveer 52 tot 62% van het begrote bedrag daadwerkelijk werd besteed.

De analyse van de financiële behoeften laat zien dat voor de uitvoering van de nationale biodiversiteitsdoelen ongeveer US$ 81,8 miljoen nodig is. Daartegenover staat een geraamd financieringstekort van circa US$ 57,3 miljoen. Deze cijfers maken duidelijk dat aanvullende financieringsmogelijkheden nodig zijn om de nationale doelen op het gebied van biodiversiteitsbehoud te kunnen realiseren.

Grotere betrokkenheid van de private sector
Een belangrijk onderdeel van het BIOFIN-traject is het vergroten van de betrokkenheid van de private sector. Bedrijven en financiële instellingen kunnen een rol spelen bij het mobiliseren van middelen voor biodiversiteitsbehoud, onder meer via investeringen en financieringsoplossingen die rekening houden met de natuur.

Tijdens de eerste workshopdag werden de resultaten van de vier analyses besproken en werd aandacht besteed aan mogelijke financieringsmechanismen. In het voorlopige financieringsplan worden onder andere natuurfondsen, schuldruil voor natuurbehoud, biodiversiteitscredits, groene financiering, betalingen voor ecosysteemdiensten en duurzaam natuurgericht toerisme genoemd. Ook mogelijkheden binnen bestaande financieringsinstrumenten en internationale samenwerking worden meegenomen. Het gaat hierbij om mogelijke opties die verder onderzocht en uitgewerkt moeten worden.

Via een interactieve Mentimeter-sessie konden deelnemers ook aangeven welke uitdagingen zij zien bij investeringen in biodiversiteit. Daarbij kwamen onder meer een tekort aan technische deskundigheid, hoge uitvoeringskosten en onduidelijkheid over regelgeving en financieringsmogelijkheden naar voren. De reacties lieten daarnaast belangstelling zien voor financieringsvormen zoals publiek-private partnerschappen.

Nationale prioriteiten voor natuurbehoud
Tijdens de tweede workshopdag verschoof de aandacht naar het bepalen van nationale prioriteiten. Aan de hand van een beoordelingskader werden zeven geselecteerde biodiversiteitsdoelen besproken. Het gaat om:

  1. Het verbeteren van de verbinding tussen beschermde gebieden en de effectiviteit van het beheer daarvan.
  2. Het behoud en herstel van mangrovegebieden.
  3. De bescherming van zoetwaterstroomgebieden.
  4. Het duurzame beheer van de gebieden van Inheemse en Tribale gemeenschappen en een eerlijke verdeling van de voordelen.
  5. Het behoud van minimaal 90% bosbedekking en natuurlijke koolstofvoorraden.
  6. De ontwikkeling van de blauwe economie en het behoud van mariene natuur.
  7. Het versterken van bestuur, wetgeving en institutionele capaciteit.

De deelnemers hebben de doelen beoordeeld aan de hand van verschillende criteria. Deze prioritering moet helpen bepalen welke doelen bijzondere aandacht verdienen bij het richten van beschikbare en toekomstige financiële middelen.

Vervolg van het BIOFIN-project
De resultaten van de twee workshopdagen vormen input voor de volgende fase van het BIOFIN-project. Daarbij zal verder worden onderzocht hoe de beschikbare en toekomstige middelen het best kunnen worden ingezet om de nationale biodiversiteitsdoelen te bereiken.

Ook wordt gekeken naar mogelijkheden om private investeringen in biodiversiteit beter in beeld te brengen, de capaciteit binnen overheidsinstanties te versterken en de financieringsmogelijkheden verder uit te werken. De prioriteiten die tijdens de workshop zijn besproken, zullen daarbij als belangrijke basis dienen.

Met BIOFIN werkt het ministerie van Olie, Gas en Milieu, in samenwerking met UNDP, aan een beter inzicht in de financiële middelen die nodig zijn voor biodiversiteitsbehoud en aan mogelijkheden om deze middelen op een meer gerichte en duurzame manier te mobiliseren.