
Suriname heeft tijdens de VN-Biodiversiteitsconferentie COP17 in Jerevan, Armenië, die plaatsvond van 19 tot en met 31 oktober 2026, aandacht gevraagd voor eerlijke, tijdige en voorspelbare internationale financiering voor landen die hun bossen, kust en andere ecosystemen beschermen. Minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu bracht deze boodschap op 27 oktober naar voren tijdens het High-Level Segment van de conferentie.
De minister wees op het belang van Surinames bossen en mangrovegebieden voor biodiversiteit en kustbescherming. Hij onderstreepte ook de rol van Inheemse en Tribale Volken bij het beheer van deze ecosystemen. Volgens Suriname verdienen landen die natuurgebieden intact houden internationale erkenning en ondersteuning. Ter onderbouwing noemde hij artikel 20 van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit. Daarin is vastgelegd dat ontwikkelde landen nieuwe en aanvullende financiële middelen beschikbaar stellen om ontwikkelingslanden te ondersteunen bij de uitvoering van hun verplichtingen voor natuurbehoud.
Ongereguleerde goudwinning, stroperij en zeespiegelstijging
In een interview met het Armeense persbureau Armenpress noemde minister Brunings ongereguleerde goudwinning en stroperij als belangrijke bedreigingen voor de Surinaamse natuur. Suriname is als laaggelegen kustland ook kwetsbaar voor zeespiegelstijging. Het behoud van mangroven is daarom van belang voor biodiversiteit én kustbescherming.
Klimaatverandering en biodiversiteit hangen volgens de minister nauw samen. Hogere temperaturen kunnen gevolgen hebben voor landbouw, bossen en gemeenschappen die daarvan afhankelijk zijn. Internationale samenwerking blijft noodzakelijk, omdat landen deze vraagstukken niet alleen kunnen oplossen.
De uitspraken van de minister over de mogelijke inzet van toekomstige olie- en gasinkomsten voor langdurige bosbescherming geven zijn beleidsvisie weer. Deze uitspraken zijn geen besluit van COP17.
Suriname heeft zijn huiswerk gedaan
Suriname heeft zijn Nationale Biodiversiteitsstrategie en Actieplan (NBSAP) 2024–2035 afgestemd op het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework. Het land heeft ook zijn zevende nationale biodiversiteitsrapport ingediend.
Tijdens COP17 is voor het eerst gezamenlijk beoordeeld hoe de wereld ervoor staat met de 23 mondiale biodiversiteitsdoelen voor 2030. De uitkomst van deze eerste mondiale beoordeling laat zien dat de wereld als geheel nog niet op koers ligt om de doelen te halen.
De landen namen daarom de Yerevan Pathway aan. Deze gezamenlijke route benadrukt onder meer een snellere uitvoering van nationale biodiversiteitsplannen, meer financiële, technische en wetenschappelijke ondersteuning voor ontwikkelingslanden, betere monitoring en het terugdringen van stimuleringsmaatregelen die schadelijk zijn voor de natuur.
Inzet voor het Cali Fund
Suriname heeft gepleit voor voldoende middelen voor het Cali Fund. Via dit fonds kunnen bedrijven die digitale genetische informatie van planten, dieren en andere organismen gebruiken, bijdragen aan biodiversiteitsbescherming en een eerlijke verdeling van voordelen.
COP17 heeft een besluit genomen over de verdere uitvoering van het Cali Fund. Daarbij is een methode vastgesteld voor de toekomstige verdeling van de middelen. De eerder vastgestelde indicatieve bijdragen van bedrijven, 1 procent van de winst of 0,1 procent van de omzet, blijven vrijwillig. De daadwerkelijke financiële bijdragen aan het fonds zijn vooralsnog beperkt. Verdere uitwerking van het mechanisme wordt voortgezet in de aanloop naar COP18.
De conferentie heeft ook de operationele regels vastgesteld voor het permanente orgaan onder artikel 8(j) van het Verdrag, dat de naam Sevan Guidelines1 heeft gekregen. Dit versterkt de deelname van Inheemse volken en lokale gemeenschappen aan internationaal biodiversiteitsbeleid. Voor Suriname is dit van belang, gezien de betekenis van traditionele kennis en de betrokkenheid van gemeenschappen bij natuurbeheer.
Wat het betekent voor Suriname
Voor Suriname gaat biodiversiteitsfinanciering om de praktische mogelijkheden om bossen, wetlands, mangroven en andere ecosystemen duurzaam te beheren. Toegankelijke middelen kunnen bijdragen aan de uitvoering van de nationale biodiversiteitsstrategie, monitoring, capaciteitsversterking en samenwerking met lokale gemeenschappen. Op het gebied van financiering heeft COP17 criteria vastgesteld voor de toekomstige permanente inrichting van het financiële mechanisme van het Verdrag. De precieze institutionele vorm daarvan wordt echter pas tijdens COP18 verder bepaald. Er is dus nog geen concrete garantie voor de voorspelbare, meerjarige financiering waar Suriname en andere ontwikkelingslanden om vragen. Ook is er geen specifiek financieringsmechanisme vastgesteld om landen financieel te erkennen voor het behoud van intacte ecosystemen.
COP17 nam daarnaast besluiten over onder meer beschermde gebieden, bosbiodiversiteit, duurzaam beheer van wilde dieren en mariene en kustbiodiversiteit. Voor monitoring en rapportage is bevestigd dat het gebruik van aanvullende indicatoren vrijwillig is en rekening moet houden met nationale omstandigheden. Dit is van belang voor landen die hun eigen nationale uitgangspunten en rapportageprocessen willen blijven bepalen.
Suriname blijft zich inzetten voor een internationale uitvoering van biodiversiteitsafspraken die ambitieus, rechtvaardig en uitvoerbaar zijn. Daarbij blijft het land aandacht vragen voor de noodzakelijke internationale ondersteuning, met respect voor nationale zeggenschap en de bijzondere waarde van de natuurlijke ecosystemen van Suriname.
- Wat zijn de Sevan Guidelines?
De Sevan Guidelines zijn de operationele richtlijnen voor het permanente orgaan onder artikel 8(j) van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit. Ze zijn gericht op het versterken van de deelname van Inheemse Volken en lokale gemeenschappen aan internationaal biodiversiteitsbeleid, waarbij hun traditionele kennis en betrokkenheid bij natuurbehoud van belang zijn. ↩︎