Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Ministerie van Justitie en Veiligheid

Suriname presenteert voortgang en uitdagingen op het gebied van mensenrechten tijdens vierde UPR-cyclus in Genève

Minister Monorath: “De bescherming en bevordering van mensenrechten blijven een voortdurende verantwoordelijkheid van de Staat.”

Suriname heeft op maandag 2 november 2026 in Genève, Zwitserland, deelgenomen aan de vierde cyclus van het Universeel Periodiek Onderzoek (Universal Periodic Review – UPR) van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Tijdens deze internationale beoordeling presenteerde minister van Justitie en Veiligheid, mr. Harish S. Monorath, als hoofd van de Surinaamse delegatie het vierde nationale rapport van de Republiek Suriname over de ontwikkelingen op het gebied van mensenrechten in de periode 2021–2026.

In zijn verklaring benadrukte minister Monorath dat Suriname zich als democratische rechtsstaat blijft inzetten voor de bescherming van fundamentele mensenrechten, gelijkheid voor de wet, rechtvaardigheid en respect voor de menselijke waardigheid. Hij onderstreepte dat de UPR niet slechts een rapportagemoment is, maar ook een gelegenheid om na te gaan in hoeverre internationale verplichtingen daadwerkelijk bijdragen aan verbeteringen in het leven van de bevolking.

De voorbereiding van het nationale rapport vond plaats in samenwerking met verschillende ministeries, De Nationale Assemblée, overheidsinstanties, maatschappelijke organisaties en andere relevante belanghebbenden. Volgens de minister zijn gedurende de verslagperiode belangrijke stappen gezet, terwijl tegelijkertijd wordt erkend dat bepaalde hervormingen nog in uitvoering zijn en verdere inspanningen noodzakelijk blijven.

Wetgeving en institutionele versterking

Een belangrijke ontwikkeling die tijdens de beoordeling werd toegelicht, betreft de afschaffing van de doodstraf binnen zowel het gewone als het militaire strafrecht. Op 23 juli 2026 heeft De Nationale Assemblée bovendien de wetgeving goedgekeurd die toetreding tot het Tweede Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten mogelijk maakt. De verdere internationale toetredingsformaliteiten moeten nog worden afgerond. Suriname trad in november 2021 toe tot het Verdrag tegen Foltering.

Ook de oprichting van een onafhankelijk Nationaal Mensenrechteninstituut kwam uitgebreid aan de orde. De wettelijke basis hiervoor wordt gemoderniseerd en de Mensenrechtencommissie van De Nationale Assemblée bereidt de ontwerpwetgeving voor. De regering heeft als doel gesteld het instituut in 2027 operationeel te maken. Daarbij is benadrukt dat de onafhankelijkheid van het instituut moet worden gewaarborgd door onder meer voldoende financiering, transparante benoemingsprocedures en operationele zelfstandigheid.

Op het gebied van sociale bescherming zijn per maart 2026 maatregelen uitgevoerd waarbij financiële ondersteuning voor ouderen, personen met een beperking en sociaal kwetsbare huishoudens is verhoogd. Ook de Algemene Kinderbijslag is verhoogd. Daarnaast zijn wetgevende maatregelen toegelicht die bescherming bieden tegen ongelijke behandeling, geweld en seksuele intimidatie op de werkvloer.

Toegang tot recht en bescherming van kwetsbare groepen

Minister Monorath wees op de versterking van de rechterlijke capaciteit. Op 23 oktober 2026 zijn vijftien nieuwbenoemde rechters formeel geïnstalleerd, waarmee het totaal aantal rechters in Suriname op 45 is gebracht. Daarnaast wordt verwacht dat in 2027 elf rechterlijke trainees hun opleiding afronden. Ook de capaciteit van het Openbaar Ministerie zal naar verwachting worden versterkt.

De decentralisatie van juridische dienstverlening moet ervoor zorgen dat rechtspraak en juridische ondersteuning beter bereikbaar worden, met bijzondere aandacht voor districten en gemeenschappen in het binnenland. Verder is het Bureau Slachtofferzorg versterkt met aanvullend personeel en benodigde middelen.

Op het gebied van detentie en resocialisatie zijn achttien gecertificeerde casemanagers ingezet om psychosociale begeleiding en rehabilitatie te ondersteunen. De minister erkende tegelijkertijd dat verdere verbeteringen nodig zijn op het gebied van detentie-infrastructuur, gespecialiseerde gezondheidszorg en onafhankelijk toezicht.

Ook kinderbescherming vormde een belangrijk onderdeel van de verklaring. De Wet Kinderombudspersoon biedt de wettelijke basis voor een gespecialiseerde instelling ter bescherming van kinderrechten. Een werkgroep is belast met de voorbereiding en coördinatie van de operationalisering hiervan. De instelling is nog niet operationeel. Daarnaast heeft De Nationale Assemblée op 20 oktober 2026 wetgeving goedgekeurd voor toetreding tot vier Haagse verdragen die betrekking hebben op internationale kinderbescherming en familierechtelijke aangelegenheden. De verdere internationale procedures en uitvoeringsmaatregelen moeten nog worden afgerond.

Suriname heeft verder toegelicht dat het in de Amerikaanse Trafficking in Persons-rapportage van 2024, 2025 en 2026 de hoogste beoordeling, Tier 1, heeft behouden. Dit weerspiegelt de inspanningen op het gebied van bestrijding van mensenhandel en bescherming van slachtoffers.

Onderwijs, gezondheidszorg en rechten van gemeenschappen

In de verklaring werd eveneens aandacht besteed aan de toegankelijkheid van onderwijs en gezondheidszorg, in het bijzonder voor inwoners van afgelegen gebieden. De geografische omstandigheden van Suriname brengen uitdagingen met zich mee op het gebied van transport, infrastructuur, beschikbaarheid van leerkrachten en medische voorzieningen.

De regering zet onder meer in op digitale onderwijsmogelijkheden, schoolvervoer en voedselondersteuning voor leerlingen. Op het gebied van gezondheidszorg wordt gewerkt aan betere toegang tot basiszorg, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen en gemeenschappen in het binnenland. Tegelijkertijd blijven tekorten aan infrastructuur, gespecialiseerd personeel en transport belangrijke aandachtspunten.

De collectieve rechten van Inheemse en Tribale volken werden eveneens besproken. Het wetsontwerp inzake de collectieve rechten van deze gemeenschappen is nog in behandeling bij De Nationale Assemblée. Het in mei 2026 gelanceerde Land Rights Project 2026–2030 moet bijdragen aan overleg en de ontwikkeling van een uitvoerbaar wettelijk kader. De minister benadrukte het belang van betekenisvolle participatie en consultatie, waaronder het beginsel van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming.

Milieubescherming en internationale samenwerking

Ook de bescherming van het milieu en de gevolgen van illegale goudwinning kwamen aan bod. Suriname heeft toegelicht dat de Environmental Crime Unit van het Korps Politie Suriname, opgericht in april 2024, onderzoek doet naar milieudelicten, waaronder illegale goudwinning en mogelijke verontreiniging van water en bodem.

Als voorbeelden werden onderzoeken in Gunsi in juli 2026 en Godo Olo in oktober 2026 genoemd. De samenwerking tussen de politie, het Openbaar Ministerie, de Nationale Milieuautoriteit en het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg is hierbij van belang. De minister wees ook op de uitdagingen bij het uitvoeren van waterkwaliteitstesten, waarvoor Suriname momenteel mede afhankelijk is van ondersteuning uit het buitenland.

Tijdens de interactieve dialoog hebben verschillende landen hun waardering uitgesproken voor de geboekte vooruitgang en aanbevelingen gedaan voor verdere verbetering. De aanbevelingen hadden onder meer betrekking op de verdere operationalisering van het Nationaal Mensenrechteninstituut, onafhankelijk toezicht op politieoptreden, de bescherming van journalisten en mensenrechtenverdedigers, de collectieve rechten van Inheemse en Tribale volken, toegankelijkheid van onderwijs en gezondheidszorg, kinderbescherming, mensenhandel en de bescherming van personen met een beperking.

Vervolg en aandachtspunten

Suriname erkent dat belangrijke uitdagingen blijven bestaan. De operationalisering van onafhankelijke mensenrechteninstellingen, verbetering van detentieomstandigheden, effectieve uitvoering van kinderbeschermingsmechanismen, toegankelijkheid van publieke diensten en bescherming van collectieve rechten vragen blijvende aandacht.

Minister Monorath benadrukte dat financiële en operationele beperkingen, evenals de geografische omstandigheden van het land, het tempo van institutionele hervormingen beïnvloeden. Suriname blijft daarom waarde hechten aan samenwerking met het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, VN-organisaties, regionale instellingen, ontwikkelingspartners en het maatschappelijk middenveld.

Met de deelname aan de vierde UPR-cyclus bevestigt Suriname zijn bereidheid tot constructieve en transparante dialoog en zijn inzet om de bescherming van mensenrechten verder te versterken.