Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Ministerie van Olie, Gas en Milieu

Minister Brunings benadrukt organisatieversterking en toekomstvisie tijdens opo yari-bijeenkomst OGM en NMA


Tijdens een opo yari-bijeenkomst van het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) en de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) op vrijdag 30 januari jl. stonden de terugblik op 2025, de planning voor 2026 en de verdere versterking van de organisatie centraal. De bijeenkomst bracht het personeel van beide instanties samen en werd afgesloten door minister Patrick Brunings.

Tijdens de bijeenkomst verzorgden de onderdirecteuren en directeuren van OGM en de directeur van de NMA presentaties waarin zij een overzicht gaven van de werkzaamheden in 2025 en hun plannen voor het komende jaar toelichtten. Daarbij werd bekendgemaakt dat het ministerie op middellange termijn zal verhuizen. Nadere informatie hierover zal op een later moment worden gedeeld.


Ook werd aangekondigd dat een extern consultatieteam van start is gegaan met een quick scan binnen het ministerie. Deze quick scan is gericht op het verkrijgen van inzicht in de organisatie, de personele capaciteit en de processen, met als doel de effectiviteit van het functioneren verder te versterken. “Het gaat er hierbij om het aspect organisatie, het aspect mens maar ook dat de processen goed in place zijn; weet iedereen wat ze moeten doen, weet iedereen hoe ze zichzelf zien in de toekomst?”, aldus  de minister.

In zijn bijdrage schetste minister Brunings een toekomstbeeld van de werkzaamheden en verplichtingen van zowel OGM als de NMA. Hij gaf aan dat de omvang van het werk dat voorligt aanzienlijk is, maar benadrukte dat de bijeenkomst bedoeld was om elkaar te versterken. Volgens de minister is het de bedoeling dat de opo yari-bijeenkomst geen eenmalig karakter heeft, maar dat er ieder kwartaal een vergelijkbare bijeenkomst wordt georganiseerd.

Daarnaast gaf de minister aan dat het vergroten van de naamsbekendheid van zowel het ministerie als de NMA een belangrijk aandachtspunt is. Daarbij is het volgens hem van belang dat duidelijk wordt wat de relatie is tussen de NMA en dit relatief nieuwe ministerie.

Voor het lopende kwartaal zal het ministerie zich richten op de bemensing van het directoraat Olie en Gas, het aspect local content en de toekomstvisie Suriname 3.0. Local content is gericht op het maximaliseren van de inzet van lokale arbeidskrachten, bedrijven, goederen en diensten bij projecten, met als doel het versterken van de lokale economie door kennisoverdracht, werkgelegenheid en de betrokkenheid van nationale ondernemingen in de toeleveringsketen. De minister verduidelijkte dat de focus op local content niet beperkt blijft tot de olie- en gassector, maar geldt voor alle sectoren waarin de overheid wil diversifiëren. In mei zal hierover een workshop worden georganiseerd.

In dit verband wees de minister op het belang van het voorkomen van de zogenoemde Dutch Disease (Hollandse ziekte), een economisch verschijnsel waarbij de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen kan leiden tot een verslechterde concurrentiepositie en het verdringen van andere sectoren. Het voorkomen hiervan is volgens hem van belang voor een evenwichtige economische ontwikkeling.

Aan het einde van de bijeenkomst stelde de minister de aanwezigen in de gelegenheid om vragen te stellen. Vanuit het personeel van zowel het ministerie als de NMA werden veel vragen gesteld, met name over olie en gas. Hieruit blijkt de behoefte aan een afzonderlijke sessie over dit onderwerp op korte termijn.

De minister sloot de bijeenkomst af met de wens dat het Ministerie van Olie, Gas en Milieu zich ontwikkelt tot een modelministerie voor andere overheidsinstanties.