Facebook
WhatsApp
LinkedIn

Kabinet van de President

Suriname doet concrete voorstellen aan G-Zero-alliantie voor bescherming en beheer ecosystemen

Suriname heeft via president Jennifer Simons aan de G-Zero-alliantie concrete voorstellen gedaan ter bescherming en duurzaam beheer van ecosystemen. De allianie bestaat uit de landen Suriname, Bhutan, Madagaskar en Panama. President Simons benadrukte dat de ervaring van Suriname eraan herinnert dat klimaatactie en ontwikkeling niet los van elkaar kunnen worden gezien. “Wij beschouwen de G-Zero daarom als een kans om een praktisch platform te bouwen waarmee onze landen kunnen samenwerken om gedeelde uitdagingen aan te pakken”, benadrukte het staatshoofd tijdens het G-Zero Forum op donderdag 24 september 2026 in New York.

Gemeenschappelijk kader

De G-Zero-landen hebben verschillende omstandigheden, maar delen een gemeenschappelijk belang bij het beschermen en duurzaam beheren van de ecosystemen en natuurlijke koolstofvoorraden. “Ik stel daarom voor dat we een aantal concrete stappen ondernemen”, aldus president Simons. Suriname stelde vijf concrete stappen voor die als eerste te maken hebben met het gezamenlijk identificeren van de prioritaire behoeften op technisch, financieel en institutioneel gebied. Hierbij is van belang het ontwikkelen van een gemeenschappelijk ‘G-Zero ‘Needs and Support Framework’ (Behoeften- en Ondersteuningskader).

Financiering en vermogen versterken

Ten tweede moeten de G-Zero-landen toegang tot klimaat- en natuurfinanciering tot een centrale prioriteit maken. De landen moeten verder gaan dan het louter identificeren van uitdagingen en investeringsklare projecten. Ze moeten tegelijkertijd een gezamenlijke investeringspijplijn ontwikkelen, waarbij klimaatfondsen, ontwikkelingsbanken, filantropische instellingen en de private sector worden betrokken. Ten derde moet de alliantie haar vermogen versterken om de waarde van het rentmeesterschap over ecosystemen aan te tonen en te meten. Verbeterde systemen voor monitoring, rapportage en verificatie (MRV-systemen), data, ‘Natural Capital Accounting’ (boekhouding van natuurlijk kapitaal) en onderling uitwisselbare informatiesystemen kunnen helpen om de bijdrage zichtbaar te maken van landen die wereldwijd belangrijke ecosystemen in stand houden.

Gestructureerd mechanisme

Ten vierde moet de G-Zero-alliantie een gestructureerd mechanisme opzetten voor technische samenwerking en kennisuitwisseling. “Onze experts mogen niet in isolatie werken. Zij moeten samenwerken, ervaringen uitwisselen, methodologieën ontwikkelen en capaciteit opbouwen”, aldus president Simons. Ten vijfde vervolgde het staatshoofd met aan te geven dat terwijl de G-Zero-landen grotere investeringen mobiliseren, zij ervoor moeten zorgen dat dit op verantwoorde wijze gebeurt, namelijk gericht op sterke ecologische en sociale waarborgen, betekenisvolle participatie en een rechtvaardige verdeling van de voordelen, ook voor inheemse volken, lokale gemeenschappen, vrouwen en jongeren.

Tastbare nationale ontwikkeling

President Simons benadrukte dat voornoemde stappen niet puur institutionele regelingen zijn. “Het gaat erom dat de wereldwijde waarde van onze natuurlijke rijkdom wordt vertaald in tastbare nationale ontwikkeling. We moeten de institutionalisering van de G-Zero ook pragmatisch benaderen. Elke toekomstige bestuursstructuur zou bestaande nationale systemen moeten versterken en verbinden, in plaats van onnodige parallelle bureaucratieën te creëren”, aldus het Surinaamse staatshoofd. Volgens haar moet de doelstelling helder zijn: Tegen COP31 moet de G-Zero in staat zijn om concrete vooruitgang aan te tonen. Dat betekent overeengekomen prioriteiten, aangewezen aanspreekpunten, een functionerend technisch mechanisme, geïdentificeerde financieringspartners, investeringsklare projecten en een duidelijke routekaart voor de implementatie.

Partnerschap van solidariteit

Suriname beschouwt volgens president Simons de G-Zero niet louter als een groep landen met een gedeeld milieukenmerk, maar ook als een platform voor solidariteit, innovatie en praktische samenwerking. “We hebben de kans om aan te tonen dat landen die het natuurlijke kapitaal van de wereld beschermen, ook welvaart, veerkracht en duurzame ontwikkeling kunnen nastreven. Laten we daarom bouwen aan een partnerschap dat de waarde erkent van wat we behouden en, belangrijker nog, dat onze bevolking helpt om daar de vruchten van te plukken”, zei het Surinaamse staatshoofd.  Zij benadrukte dat de G-Zero-landen van politieke erkenning overgaan naar concrete steun, financiering en samenwerking. “En laten we ervoor zorgen dat de natuurlijke rijkdom die we vandaag voor de wereld beschermen, de basis wordt voor een veerkrachtigere, welvarendere en duurzamere toekomst voor onze bevolking morgen”, aldus president Simons tot slot.