Overheid


Vertegenwoordigers overheid, vakbeweging en bedrijfsleven bespreken conceptwet SNTA

10-08-2016

Vertegenwoordigers van de overheid, de vakbeweging en het bedrijfsleven zijn recentelijk bijeengekomen om de conceptwet Suriname National Training Authority (SNTA) te bespreken. Tijdens de bespreking mochten de vertegenwoordigers met voorstellen naar voren komen die indien nodig in het finaal concept zullen worden verwerkt.

Roy Adema, voorzitter van SNTA, zegt dat er al twee jaar wordt gewerkt om een conceptwet klaar te hebben waarop SNTA moet steunen. In de conceptwet staat er onder andere vermeld dat er een bestuur moet zijn die zal bestaan uit drie personen van de overheid, drie van de vakbeweging en drie uit het bedrijfsleven. Daaronder zullen volgens Adema een directeur en eventueel een onderdirecteur vallen. De directeur zal dan een kwalificatie structuur moeten maken met eindtermen. Hij gaat samen met de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de overheid en de vakbeweging moeten nagaan wat er in de curricula moet komen. 
Een ieder die werkt en opgeleid moet worden zal behoren tot de doelgroep van SNTA. De autoriteit zal zorgen voor de kwaliteit van de technische- en beroepsonderwijsopleidingen in Suriname. “SNTA zal niet fungeren als een accreditatie instituut, maar als een autoriteit die kwaliteit garandeert en zal geen opleidingen starten”, zegt hij.

De trainingen moeten leiden tot het wegwerken van mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en het groot tekort aan geschoolde werknemers. Er zal management trainingen verzorgd worden voor het bestuur, directie en uitvoerende afdelingen van de verschillende instellingen. De trainees zullen moeten kunnen demonstreren wat zij hebben geleerd.

De overheid, het bedrijfsleven en de vakbeweging zullen zorg dragen voor het Technisch- en Beroepsonderwijs (TVET) beleid en een strategie, die niet alleen vraag gestuurd zal zijn maar ook voortdurend afgestemd is en blijft op alle ontwikkelingen van de wetenschap en de technologie.

De opzet van SNAT kost USD 18.3 miljoen. Er wordt al sinds september 2013 onderhandeld met de Islamic Development Bank om het project volledig te financieren.

NIEUWSBERICHTEN